Abonneer je nu op onze nieuwsbrieven!
Abonneren
Nee, bedankt
Ja, denk met me mee rond de
materialisering van mijn project
Joost Ector
Copyright: Maarten van Haaff
Joost Ector
Copyright: Maarten van Haaff

De ideale stad

7 mei, 9:00
Ooit heette dit Toscaanse vestingstadje Corsignano. Maar nadat Enea Silvio Piccolomini in 1458 werd verkozen tot Paus Pius II, besloot deze om zijn geboorteplaats een grondige make-over te geven en hem dan ook maar meteen naar zichzelf te vernoemen. Vorige week was ik er voor het eerst, min of meer toevallig en me onbewust van het feit dat Pienza de geschiedenisboeken is ingegaan als de ideale stad.

Als renaissance-bewonderaar had ik dat moeten weten. Zelfs nu we tegenwoordig inzien dat de middeleeuwen zeker niet zo donker waren als ze lang werden afgeschilderd, blijft het fascinerend om te zien hoe vanaf de veertiende eeuw de belangrijkste inzichten, waarden en systemen zijn ontstaan die onze westerse wereld vandaag de dag nog altijd kenmerken, ook op het vlak van stedenbouw en architectuur. Inzichten die het waard zijn om er in hun vroege, ruwe vorm op terug te grijpen, telkens weer.

Pienza dus. Piccolomini was een interessante figuur. Hij studeerde rechten en geesteswetenschappen in Siena en Florence en werd een bereisd kerkelijk diplomaat, die bekendstond om zijn literaire gave en geestelijke wendbaarheid. Hij ontwikkelde zich voor zijn priesterwijding (die hij vanwege een aversie tegen seksuele onthouding lang uitstelde) tot een van de grote renaissancehumanisten en schopte het daarna dus tot paus. In de renaissance gingen kerk en humanisme hand in hand – toen kon dat nog.

Volgens Leonardo Benevolo’s onmisbare ‘Storia della città’ bevond zich in het gevolg van Pius II, toen deze in 1459 zijn geboortestad bezocht en besloot die te herontwerpen naar eigentijdse humanistische denkbeelden, niemand minder dan de grote renaissance-architect Leon Battista Alberti. Toch was Alberti vermoedelijk niet zelf de ontwerper van de uiteindelijke plannen; die worden toegeschreven aan zijn vroegere leerling Bernardo Rosselino, maar zijn overduidelijk door diens leermeester beïnvloed.

In de jaren ervoor publiceerde Alberti zijn beroemde ‘De re aedificatoria’, het eerste boek over bouwkunst sinds Vitruvius’ ‘De architectura’ uit de eerste eeuw voor Christus, en alleen al daarom een mijlpaal in de architectuurtheorie. Behalve verhandelingen van technische aard, de rol en het profiel van de architect, toelichtingen op het gebruik van ornamentiek en basisregels over architectonische compositie, beschrijft Alberti hierin ook la città ideale. De ideale stad is in harmonie met het landschap en gebaseerd op geometrische zuiverheid en schoonheid, evenals de voornaamste gebouwen die er deel van uitmaken. Er is voorzien in publieke ruimte bestemd voor samenkomst van de inwoners, en cultureel belangrijke gebouwen en instituties zijn centraal gesitueerd. Uiteindelijk is de ideale stad als geheel daarmee een eerbetoon aan de menselijke waardigheid.

Daar sta je dan, op het plein voor de duomo, exact gelegen op de historische knik in de hoofdstraat, die volgens Benevolo precies de waterscheiding op de heuveltop volgt. Wetenschappers hebben gereconstrueerd hoe Rosselino op een ongelooflijk geraffineerde manier het maatsysteem en de hoekverdraaiingen heeft uitgedacht waarmee de bestaande bebouwing, de nieuwe kerk en de flankerende palazzi zich tot elkaar verhouden. Links van de kathedraal het Palazzo Borgia. Rechts ervan, op de voormalige plek van Pius’ geboortehuis, het Palazzo Piccolomini, met zijn voor Albertiaanse renaissance-palazzi typische, in de plint geïntegreerde zitbank en een gemeenschappelijke waterput ervoor. Achter je het Palazzo Pubblico, zetel van het stadsbestuur, herkenbaar aan zijn portico met drie bogen.

Het is van een ongekende schoonheid. Niet alleen de architectuur, waarvan het Palazzo Piccolomini het onbetwistbare hoogtepunt is, onder meer vanwege zijn perfect geproportioneerde cortile en formidabele loggia’s die over de symmetrische renaissancetuin heen uitkijken op het volmaakte en door zijn cypressen zo onmiskenbare Toscaanse heuvellandschap. Het is vooral dat pleintje, waar je je moeiteloos kunt voorstellen hoe er – ver voordat er dagelijks busladingen toeristen over werden uitgestort – officiële ceremonies plaatsvonden en generaties lang bij zonsondergang kinderen speelden terwijl hun ouders, gezeten op die eeuwenoude, dagelijks opnieuw door de zon opgewarmde stenen bank, de laatste nieuwtjes deelden.

Ook vermeldenswaardig: tegelijkertijd liet Pius II iets verderop ook een rijtje huizen bouwen als onderkomen voor de armen van zijn stad. Het was tenslotte ook allemaal voor hen bestemd.

Wat ik maar wil zeggen is dit. Ga, als je er nog nooit geweest bent, bij voorkeur zelf in Pienza kijken om het te ervaren. En lees erover, zodat je echt begrijpt wat je ziet en waarom. Bijvoorbeeld bij Benevolo of andere architectuurhistorici. Of, nog beter, bij Alberti zelf. Diens onderhoudende ‘Over de bouwkunst’ is twee jaar geleden voor het eerst in een schitterende Nederlandse vertaling uitgegeven en na bijna zes eeuwen nog altijd de moeite meer dan waard.

En bedenk dan vooral hoeveel geluk er kan schuilen in een klein maar perfect ontworpen pleintje. Zolang we maar, tegen de tegenwoordige stroom in, als onverstoorbare humanisten blijven geloven in de uiteindelijke goedheid van degenen voor wie we het tenslotte allemaal doen.


Joost Ector is architect-directeur van Ector Hoogstad Architecten. Voor Architectenweb schrijft Joost Ector iedere maand een column, waarin hij ontwikkelingen die van invloed zijn op het architectenvak van duiding voorziet.