Abonneer je nu op onze nieuwsbrieven!
Abonneren
Nee, bedankt
Ja, denk met me mee rond de
materialisering van mijn project
Joost Ector
Copyright: Maarten van Haaff
Joost Ector
Copyright: Maarten van Haaff

Hier is over nagedacht

5 maart, 9:00
Galopperende mammoeten, reflecties in het raam van een trein die door Tokyo rijdt, golden retriever puppies die spelen in de sneeuw, een onderwaterversie van New York met haaien en walvissen in de straten, een prachtige close-up van een waaierduif. Drie weken na de onthulling kan ik nog steeds niet stoppen met kijken naar de video’s die Sora maakt. Voor wie haar nog niet kent: Sora is geen Japanse videokunstenares, maar het allernieuwste kunstje van OpenAI: een generator van bewegende beelden die kennelijk aan een half woord genoeg heeft om je van je sokken te blazen.

Het is namelijk eindeloos fascinerend wat je krijgt als je Sora bijvoorbeeld voedt met alleen maar de tekst ‘een filmtrailer met de avonturen van de 30-jarige ruimteman met een rode gebreide motorhelm, blauwe lucht, zoutwoestijn, filmische stijl, opgenomen op 35 mm-film, levendige kleuren’. We zien een stoere man met een vastberaden blik en inderdaad met een vreemde rode muts op. Close-ups worden afgewisseld met scenes waarin hij, een beetje houterig weliswaar, onder een strakblauwe lucht door een verblindend wit landschap in de richting van zijn ruimteschip loopt. Allemaal haarscherp ‘gefilmd’ met een handheld camera. Perfect is het niet, maar het overtuigt absoluut. Je voelt: hier staat iets onheilspellends te gebeuren. Op meerdere manieren.

Al drie weken denk ik erover na wat me nou zo grenzeloos fascineert aan deze filmpjes. Sowieso de ongelooflijke hoeveelheid beslissingen die het systeem succesvol neemt om tot coherente resultaten te komen. Het heeft blijkbaar voor een soort storyboard gezorgd en kan uit de voeten met ‘filmische stijl’. Het treft de avontuurlijke sfeer behoorlijk goed en doet volstrekt niet moeilijk over eigenaardige hoofddeksels. Het concludeert zelf dat er prima sprake zou kunnen zijn van de betrokkenheid van een ruimteschip, al geeft het daar nog wel een wat kinderlijke voorstelling van. Het onderkent dat laarzen op een zoutvlakte voetafdrukken achterlaten en weet bovendien dat het er warm is, gezien het zweet op de gezichten van de twee mannen, waarvan een met en een zonder baard (waarom?). En dit is maar één filmpje.

De technische toelichting van OpenAI is redelijk te volgen. Het systeem heeft ontiegelijk veel videomateriaal gedeconstrueerd tot patches en die van labels voorzien. De prompt triggert het large language model om die brokjes al associërend te re-assembleren tot een nieuw geheel, waarvan het de ‘correctheid’ toetst aan bestaand materiaal en zodoende verder leert. Een aantal rekeniteraties vult vervolgens, op basis van waarschijnlijkheid, de tussenliggende pixels in tot op hd-kwaliteit. Heel logisch eigenlijk.

Alhoewel? De blooper-video’s zijn misschien nog het spannendst. Het model kan, zo geeft OpenAI toe, nog niet altijd goed overweg met oorzaak-gevolgrelaties en heeft nog niet alle materiaaleigenschappen goed op een rij. Dat is mooi te zien een filmpje waarin archeologen een plastic tuinstoel opgraven die over een eigen willetje beschikt; hij kloont zichzelf en lijkt te kunnen vliegen. In een andere video denkt een glas, gevuld met een rode drank en ijsblokjes, eerst zelf te moeten springen om vervolgens, zoals opgedragen, kapot te vallen. Je krijgt de sterk indruk dat er in deze black box van alles omgaat waar je nog zomaar even niet de vinger achter krijgt. Dat geven de makers zelf ook toe: het kost ze vaak moeite om de denk- en redeneerwijze van het model te doorgronden. Eigenlijk staan ze voortdurend perplex.

Dit is wat me het diepst intrigeert. Waar de voorlaatste generatie generatieve AI-modellen zich nog aardig liet behappen als superbehendige spelers van een soort gigantisch memoryspel, voelt dit voor mij inmiddels anders. En het klinkt vast belachelijk, maar ik schrijf het toch op. Voor het eerst zie ik resultaten waarvan ik denk: hier is over nagedacht

Volgens een vorige week verschenen rapport over de resultaten van een survey door RIBA, het Royal Institute of British Architects, verbreidt AI-technologie zich razendsnel in de architectuursector en maakt inmiddels 41% van de aangesloten bedrijven er op een of andere manier gebruik van. Vaak nog op eenvoudige wijze, bijvoorbeeld door ChatGPT stukjes tekst te laten produceren. Maar als het om beeldgeneratie gaat steeds vaker ook door aan AI-systemen te vragen om styling options. Of, en dat is natuurlijk waar het uiteindelijk écht interessant wordt, oplossingsvarianten voor complexe vraagstukken op het vlak van techniek en duurzaamheid. De hamvraag of AI een bedreiging voor het vak zal vormen leidt tot een threeway tie tussen ja’s, nee’s en weetniet’s.

Niet zo gek, want die vraag is fout. Verbluft door Sora en de vorderingen die we de technologie – feitelijk nog in de luiers – met ongekende snelheid zien maken, vraag ik me meer dan ooit af waarom er überhaupt nog iemand zou willen twijfelen aan de eindeloze toegevoegde waarde van kunstmatige intelligentie. Of aan het vooruitzicht dat het heel veel menselijk geploeter, hoe goedbedoeld en liefdevol dan ook, overbodig zal maken. Zelfoverschatting is het enige antwoord dat bij me opkomt. Daarom twijfel ik er niet aan: AI wordt een ramp voor de meeste architecten – met uitzondering van de enkeling die razendsnel weet te evolueren tot een kampioen in een radicaal nieuwe tak van sport – en een zegen voor de architectuur.


Joost Ector is architect-directeur van Ector Hoogstad Architecten. Voor Architectenweb schrijft Joost Ector iedere maand een column, waarin hij ontwikkelingen die van invloed zijn op het architectenvak van duiding voorziet.