Bedankt huis, voor je vriendschap
19 mei, 8:45
Het is een feest met een dubbel gevoel. Het vrolijke: mijn oudste dochter viert haar achttiende verjaardag met de hele familie, in het huis van mijn schoonmoeder. Al vijftig jaar woont zij in dit Haagse huis uit 1890, waar ze vier kinderen grootbracht, oppaste op haar vele kleinkinderen en een thuishonk creëerde voor ‘de clan’ zoals zij de familie noemt. We komen er met Pasen, Sinterklaas, Kerstmis, als een oom of nichtje overkomt vanuit het buitenland, en nu dus voor deze verjaardag. Het verdrietige: vandaag feesten we hier voor het laatst, want vanwege haar gezondheid verhuist mijn schoonmoeder naar een zorgtehuis.
Als we de volgende ochtend de lege wijnflessen en ballonnen opruimen, oogt het huis verdrietig; alsof we een vriendschap beëindigen. Zo ervaart mijn schoonmoeder de band met haar huis ook. “Soms praatte ik ertegen in gedachten, en gaf ik het een klopje”, zegt ze.
Over die persoonlijke verbinding tussen mens en huis schrijft Christien Brinkgreve prachtig in haar boek Beladen Huis (2025). Daarin rouwt ze om haar pas overleden man en reflecteert ze op hun (moeizame) huwelijk, de ruimte in relaties, en de rol die huizen daarin hebben. Over het eerste huis dat ze als vrijgezel in Amsterdam koopt: “Het was geen ding, het was een vertrouwde vriend die geborgenheid bood, of meer nog, iets als een eigen lichaam.” Met het volgende huis, waarin ze met haar man gaat wonen, klikt het minder: “…het huis werd voor mij nooit een ademend organisme”, aldus Brinkgreve.
Wat ze beschrijft is wonderlijk: hoe kan een bouwwerk van steen als een lichaam voelen, hoe kan een huis gaan leven?
Rond die vraag organiseerde architect en filmmaker Yannick Warmerdam afgelopen februari een avond in de Hallen Amsterdam. Aanleiding was de presentatie van zijn animatiefilm Ker Enaz, waaraan hij zeven jaar werkte. De film gaat over een onherbergzaam eiland, waar de mensen hevig verlangen naar huizen. Die lokken ze met hun betoverende muziek, zoals vogels fluiten om partners aan te trekken. En zo verschijnen de huizen uiteindelijk: als een zwerm gebouwen met vleugels, die op het eiland neerstrijkt.
Aansluitend legde filosoof Jacob Voorthuis in zijn lezing ‘Tedere dingen, hoe alles leeft’ uit hoe de mens van nature de wereld benadert naar zijn gelijkenis, en deze daardoor als een verlengstuk van zichzelf gaat zien. Dat kunnen we door ons denkend vermogen, door te begrijpen en in te grijpen op de omgeving, die we ordenen en aanpassen voor gebruik. Daarmee ‘vergeestelijken’ we – ontwerper, gebruiker - de dingen, zegt Voorthuis. Al wees hij erop dat ‘de vergeestelijking van de materie in het denken van de mens net zo goed een verarming kan zijn’.
Warmerdam vertelt dat hij voornamelijk gebouwen en straten gezien heeft die leven omdat ze níét ontworpen zijn. Hij denkt dat bezieling vooral ontstaat door de manier waarop mensen de huizen bewonen, de relatie die ze willen aangaan met een plek. Over mijn vraag wat architecten kunnen doen om een gebouw te bezielen, moet hij lang nadenken. Hij wijst op drie aspecten: een respectvolle dialoog met het gebouw, het faciliteren van gebruik, en het maken met veel liefde.
Precies daarin blinkt mijn schoonmoeder – opgeleid als architect – uit. Ze heeft het huis nooit verbouwd, accepteerde het hoe het was en heeft er met hart en ziel voor gezorgd. Eigenhandig repareerde ze tegel- en voegwerk in de badkamers, een koperen waterleiding in de keuken, het gietijzeren tuinhek, de parketvloer; haar hand is overal langsgegaan. Ze stelde het huis open voor familie, vrienden en buren, die het oplaadden met verhalen en herinneringen. Op de zijkant van een witte kast zie ik de potloodstreepjes waarmee ze bijhield hoe (snel) de kleinkinderen groeiden.
Mijn achttienjarige dochter merkt wijs op dat het huis niet leeft, maar dat het zo voelde doordat mijn schoonmoeder het overlaadde met aandacht. Ik hoop dat een nieuwe bewoner het met evenveel liefde zal bezielen. Maar ik ga onze familievriend ook missen.
Kirsten Hannema is architectuurcriticus en schrijft voor diverse media waaronder De Volkskrant.