Van de Sarajevische solidariteit met vluchtelingen lijkt in Nederland geen sprake. Hoewel het niet om klimaatvluchtelingen ging, hebben protesten bij Nederlandse asielzoekerscentra de afgelopen maanden laten zien hoe moeilijk het is om solidair te zijn met de allerkwetsbaarsten. Wellicht is het onze transactionele 'voor-wat-hoort-wat' mentaliteit, die ons daarbij in de weg zit. Klimaatvluchtelingen worden door Nederland sowieso niet erkend en dus voorlopig niet opgevangen.
Hoewel het Nederlandse klimaatbeleid best goed in elkaar zit, zijn er verduurzamingsmaatregelen die de verschillen tussen arm en rijk vergroten. De subsidies van de afgelopen jaren voor bijvoorbeeld zonnepanelen en isolatie bereikten vooral huizenbezitters, niet de huurders. Gezien de ontwikkeling van de woningwaardes wordt dit door velen gezien als een subsidie voor de rijken. Ook bij de subsidie op elektrische auto’s - die door hun hoge aanschafprijs vooral door betergestelden worden aangeschaft – zijn de financiële voordelen vooral voor de rijken. En omdat het tijdelijke accijnsverlagingspakket, dat het kabinet in 2022 instelde, om de prijsstijgingen door de Oekraïne-oorlog te compenseren, inmiddels is ingeperkt terwijl de brandstofprijzen nog onverminderd hoog zijn, ligt vooral voor de minima energiearmoede op de loer.
Meer bewustzijn voor de sociaal-economische effecten kan ons klimaatbeleid ook in sociale zin duurzamer maken. Het synchroniseren van het beleid voor verduurzaming en voor armoedebestrijding is daarbij gewenst, zodat de keuzes op het gebied van klimaatbeleid de inclusiviteit van de samenleving kunnen versterken. In de sociaal kwetsbare, lager gelegen buurten zal de overlast door regenwater zich eerder en heviger aandienen dan in de betere buurten, die zich van oudsher bevinden op veilige, drogere zandgronden. Het getuigt van klimaatcompassie om juist in deze armere buurten stevig te investeren in regenwaterbestendigheid. Meestal zijn het ook deze buurten waarin stadsverdichting plaatsvindt, met het gevaar op verdere verstening en hittestress. Ook hier kunnen scherpe beleidskeuzes op de korte termijn – voor bijvoorbeeld meer groen, meer schaduw en meer waterretentie – ervoor kunnen zorgen dat deze buurten op langere termijn leefbaar blijven.
De voorbeelden in Gent, Thessaloniki en Sarajevo leren ons hoe ook in Nederland klimaatadaptatie en klimaatcompassie samen kunnen opgaan. Wanneer het ondanks de klimaatverandering lukt om de verschillen tussen de rijkeren en de armeren klein te houden, houden we het in dit lage land onder de zeespiegel langer met elkaar vol. Wellicht kunnen we daarmee zelfs een inspirerend voorbeeld worden voor onze buurlanden. En dat is transactioneler dan je denkt. Want uiteindelijk zouden wij, bewoners van deze kwetsbare lagelandendelta, de klimaatcompassie van anderen wel eens hard nodig kunnen hebben. Uiteindelijk zouden we zomaar zelf die vluchteling kunnen worden, die elders een veilig heenkomen zoekt.