Het voorbeeld in Lyon toont dat een slim ontwerp ogenschijnlijke tegenstellingen prima kan combineren: natuurinclusiviteit én bereikbaarheid, hoogwaardige publieke ruimte én individueel comfort, de zachte kwaliteiten bóven het maaiveld en de auto’s er juist onder. Door heel Europa hebben vergelijkbare transformaties plaatsgevonden, waarbij het leven in de stad lekker kon doorgaan boven verdiepte parkeerbakken en autotunnels. Mooi opgelost, zou je zeggen.
Toch is er een kentering gaande. De oplossingen waarmee we ooit zo content waren staan op gespannen voet met nieuwe stedelijke doelen rondom leefbaarheid. Vanwege het vele beton veroorzaken tunnels en ondergrondse garages veel CO2-uitstoot, terwijl we deze uitstoot in onze steden juist willen terugbrengen. Door oplopende bouwkosten wordt het parkeren onder woon- of werkgebouwen steeds duurder, terwijl we onze steden juist betaalbaar willen houden. En vanwege de bereikbaarheid is de ruimte tussen de gebouwen nu vaak verhard, terwijl we onze steden juist klimaatadaptatiever en natuurinclusiever willen maken. Ook populaire concepten als de 15 minutenstad en slow urbanism vragen om minder auto's in de stad.
Nederlandse steden kijken met belangstelling naar het mobiliteitsmodel dat Antwerpen voor ogen heeft, waarbij bezoekers hun auto achterlaten in één van de perifere parkeerhubs en vanaf daar met de tram verder de stad ingaan. Zo kunnen de parkeernormen
in de stad structureel omlaag en ontstaat er binnenstedelijk ruimte voor de gewenste vergroening en verdichting. De voordelen zijn legio, maar het gevolg is wel dat de toegankelijkheid voor de auto afneemt.
Parallel hieraan neemt de maatschappelijke weerstand toe. Omwonenden vrezen gedoe om bij hun auto te komen, ondernemers vrezen voor hun klandizie. Aannemers, onderhoudsmonteurs, glazenwassers, postbodes, ze zijn bang dat zij hun werk niet meer kunnen doen. En aangezien in Nederland een participatietraject tegenwoordig verplicht is bij gebiedstransformaties, kan die weerstand impact hebben. Plannen met een té grote inperking voor de auto kunnen de stad op slot zetten. Aan de komende gemeenteraadsverkiezingen doen ook partijen mee die juist weer méér ruimte voor de auto willen.
Voor beide standpunten is iets te zeggen. Omdat het gebruik van de auto in onze steden al jaren licht terugloopt, is het best verdedigbaar om de auto af te schalen ten gunste van de leefbaarheid. Maar het weggeven van de ruimte voor de auto is in veel gevallen onomkeerbaar, terwijl de ontwikkelingen in automobielindustrie ondertussen doorgaan. Door verdere elektrificatie is de vuile uitstoot straks voorbij. Door de opkomst van de compacte stadsauto is straks minder parkeerruimte nodig. Door slimme sensoren is automobiliteit straks veiliger. Een geavanceerde automatische piloot kan straks snelheden synchroniseren, waardoor op onze wegen lange, compacte 'treinen' kunnen ontstaan met auto’s als private cabines, een slimme combinatie van efficiënt collectief vervoer en privaat comfort waar geen trein of tram tegenop kan. En wanneer het lukt om bestrating beter waterdoorlatend te maken, gaan verharding en klimaatadaptatie straks ook samen. Tegen deze achtergrond is het weren van auto’s uit de stad op den duur onnodig en zelfs ongewenst. Een goede bereikbaarheid draagt ten slotte ook bij aan leefbaarheid.
Meer of juist minder auto’s in de stad… we kunnen natuurlijk gewoon de gemeenteraadsverkiezingen afwachten. Maar beter zou het zijn wanneer wij als ontwerpers oplossingen konden bedenken die géén van beide toekomsten uitsluiten.