Thijs Asselbergs: 'Is architectuur nog van de architect?'

1 september 2016, 5:26
De redactie van Architectenweb werd de afgelopen maanden overstelpt met persberichten over bouwstarts en nieuwe projecten. Dat riep vanzelfsprekend de vraag op: is de crisis na zeven jaar voorbij? In de laatste aflevering van de zomerserie spreken we met Thijs Asselbergs (Thijs Asselbergs architectuurcentrale, tevens hoogleraar Architectural Engineering aan de TU Delft) over wat er is veranderd en vooral over hoe de architect op de veranderingen moet anticiperen.

Tekst Robert Muis

Er is een totaal andere situatie ontstaan, zegt Thijs Asselbergs. Voor de architect in het algemeen, en voor Asselbergs zelf niet minder. “Na een toch vreselijk periode – ik heb ook mensen moeten ontslaan – begint er een nieuwe tijd.” Sinds 2011 is Thijs Asselbergs architectuurcentrale veranderd in een compacte netwerkorganisatie en verhuisde het Haarlemse bureau naar het Huis met de Hoofden aan de Amsterdamse Keizersgracht. Daar deelt een groot aantal architectenbureaus het pand en de faciliteiten, wat geheel aansluit bij Asselbergs’ geloof in synergie. Zo gelooft hij ook in de wisselwerking tussen opdrachtgever, ontwerper, uitvoerder en gebruiker; de architect heeft geen onafhankelijke positie meer.

“Ik ben al zo’n dertig jaar lid van de BNA, maar ik vind het niet goed dat ze een branchevereniging is geworden. Voorheen was ze een bond van mensen die kwalitatief goede architectuur voor de samenleving wilden maken; nu is het een branche, met allerlei belangen die subjectief zijn.”

“Het is mooi dat er een prijs voor het beste gebouw van het jaar wordt uitgereikt, maar ik ben een groot voorstander van een prijs voor het meest mislukte BNA-gebouw van het jaar. Dan gaan we hopelijk met elkaar in gesprek over wat we als architecten nou eigenlijk voor kwaliteit neerzetten. De vraag is daarnaast: is architectuur nog van de architect? Zijn wij – als architecten – in staat om architectuur te maken die de maatschappij wenst?”

“Er is een enorme verandering in de maatschappij gaande, die draait om participatie. Er is invloed van allerlei partijen: van de bouwer, van de man en vrouw in de straat, van de politicus die zich moet verhouden ten opzichte van de gemeenteraad. Er is enorm veel wheeling and dealing tussen allerlei actoren die samen invloed hebben op hoe de architectuur er uit gaat zien. En dan zou ik de alwetende architect zijn die zegt: ‘dit moet dertig meter breed zijn, dat moet van staal zijn, die straat moet daar liggen’?”

Heb je het gevoel dat de BNA onvoldoende onderkent of erkent dat de architect niet onafhankelijk is?

“Het is een interessante vraag: wat is de positie die de architect nog kan innemen. Voor je het weet raakt de architectuur in een fase van ‘polderen’, die de grootste gemene deler oplevert. Het gaat me er niet om alleen starchitects aan het werk te laten, maar om de verbetering van wat je met architectuur kan doen – en dat is enorm prettige plekken voor mensen maken. En dan kom ik bij verantwoordelijkheid uit: die heeft de Nederlandse architect de laatste decennia wel heel erg uit handen gegeven. De Nieuwe Regeling, de DNR, heeft de architect bijvoorbeeld tot een adviseur gemaakt. Als een architect een goed product wil leveren, moet hij een positie kunnen innemen en verantwoordelijk zijn van A tot Z. Dat kan hij nu niet meer; hij is een beetje verantwoordelijk voor A en mag nog een beetje aan C doen en F zien we wel bij oplevering. Dat is rampzalig voor het product dat hij wil maken. De opdrachtgever kan feitelijk bepalen wat die opdrachtnemer – lees de architect, de ‘consultant’ – gaat doen. Dan zit de opdrachtgever in de ziel van wat de architect kan maken.”

“Je zou willen dat de Nederlandse architect weer een master builder kan zijn, maar daar is hij niet meer toe uitgerust. Er komt een enorme opgave aan, met name in de woningbouw. Dan moeten we als architect niet alleen de stilist zijn – degene die wordt gevraagd om dat geveltje door de welstand te kletsen – maar echt betrokken zijn bij het totale concept van de woonomgeving. We moeten een sterke positie hebben in het team; de grote bouwers moeten hun dominante rol opgeven, maar samen met ons – de architecten – in een integraal team optrekken. We moeten met de verschillende spelers aan tafel.”

“Het branchemodel doet architectuur tekort. Het gaat er om dat architectuur niet alleen van de architect is, maar van een groep die bereid is verantwoordelijkheid te nemen om goede architectuur te maken; de architect moet daarin positie nemen. In Delft moeten we studenten ook meer onderwijzen in het werken binnen een geïntegreerd proces – met de aannemer, de buurtvereniging en de wethouder.”

Dat reikt verder dan de DBFM-contracten en dergelijke, zoals die steeds vaker worden gebruikt?

“Dat denk ik wel. Dergelijke aanbestedingen gaan nog steeds erg om prijs. Een mooi voorbeeld is de koepelgevangenis in Haarlem. Het Rijksvastgoedbedrijf gaat dat gebouw verkopen en de kans is dan groot dat de hoogste prijs met een leuk plannetje erbij de aanbesteding wint. Ik zeg: zullen we het eens omdraaien? Haarlem wil al jaren een universiteit. Dit is de kans. We hebben een team samengesteld, met André van Stigt die grote kennis van monumenten heeft, Hans Adriaansens die ervaring heeft met het wereldwijd opzetten van University Colleges, een lokale ontwikkelaar die de markt kent, een communicatieadviseur, en ik ken Haarlem goed en heb grote en ingewikkelde processen achter de rug. We hebben direct tegen de gemeente gezegd: we kunnen niet de hoogste prijs betalen, maar wel een enorme economische en maatschappelijke meerwaarde voor de stad en de metropoolregio creëren.”

“Je hoeft niet van alle terreinen – van de ruimtelijke vormgeving tot en met de financiering en volgens welk model – alles te weten, maar als generalist moet je wel inzicht en medezeggenschap hebben. Het auteursrecht ligt niet meer bij ons architecten, of bij een andere partij, maar bij iedereen. We zijn met alle partijen die aan tafel zitten mede-verantwoordelijk voor de kwaliteit en de investering. Je kunt wel zeggen; ik heb de opdracht en nu opereer ik onafhankelijk, maar dat is niet meer van deze tijd.”

Door zich expliciet als deel van een team te profileren, versterkt de architect zijn positie?

“Precies, dan kan hij beter bepalen welke rol hij inneemt. Ik weet niet of de crisis nu voorbij is, maar wat het heeft opgeleverd is een nog wankeler positie van de architect. Als die wil overleven, moet hij het initiatief naar zich toe halen en dat betekent mede-verantwoordelijkheid nemen. Tom Frantzen heeft (samen met bouwmanager Claus Oussoren, RM) zelf het initiatief en het financiële risico genomen voor de ontwikkeling van Patch 22 in Buiksloterham. Dat gaf hem een heel andere positie, dan wanneer hij van bouwers onmogelijke contacten en onredelijke vergoedingen krijgt voorgelegd.”

Als hoogleraar Architectural Engineering houd je je aan de TU Delft ook bezig met de mogelijkheden voor integratie van architectuur en technologie. Zie je daarin kansen voor de architect?

“Architectuur gaat een industriële kant uit – vergelijkbaar met de autoindustrie. Met name in de woningbouw zijn partijen op zoek naar hoe je een zo groot mogelijke vrijheid kunt hebben, zodat je aan zoveel mogelijk individuele consumentenwensen kunt voldoen. De digitalisering en de robotisering is ook volop voor het bouwen aan de gang. Dat geeft een interessant spanningsveld. Als straks onderaannemers veel zelfstandiger en vrijer dingen in elkaar kunnen zetten, kan het wel eens zo zijn dat er een omslagpunt komt en er een veel integraler proces met de ontwerpers ontstaat. Aannemers, die eigenlijk alleen maar coördinatoren van onderaannemers zijn, zitten er dan niet meer bij. Seriematig maar geïndividualiseerd is iets wat we eigenlijk al lang willen, denk aan John Habraken en het open bouwen. Hij had nog niet de mogelijkheden, maar nu met de digitalisering zie je dat er veel makkelijker op de wensen van de consument kan worden gereageerd.”

Daarbij kan de prijs met digitalisering in ontwerp en productie acceptabel worden gehouden.

“Sterker nog: veel lager. Een robot heeft een ander uurtarief en werkt 24 uur door. De snelheid en de variatie worden groter. Dat is echter een proces dat nog decennia zal duren. Het feitelijke bouwen is weinig innovatief; bouwers vinden het moeilijk om te investeren in innovatie. Voor ontwikkeling wordt veel te weinig geld apart gezet, ten opzichte van bijvoorbeeld de autoindustrie. Blijkbaar zit er ook een probleem in de wijze waarop wordt geïnvesteerd. Het is ook lastig, want bouwen blijft duur en de budgetten zijn hier al laag ten opzichte van omringende landen.”

“Een grote kans voor de vernieuwing van de bouw is duurzaamheid. Circulariteit, energieproducerend bouwen, dat zijn zaken waar we heel snel op moeten inzetten en waar de creatieve architect vernieuwing kan brengen. Creativiteit is het toevoegen van waarde. Culturele waarde, gebruikswaarde en economische waarde vormen de drie-eenheid voor architectonische kwaliteit. En dat leidt weer tot duurzaamheid in brede zin. Dat we nog mooie nieuwe theaters bouwen: ze zijn de incidentele krenten in de pap. Maar waarin ik echt geïnteresseerd ben is: waar zitten de echte vernieuwers van de bouw, wie is de Tesla van de bouw? Niet alleen de aandeelhouders, maar de samenleving, de feitelijke afnemers van architectuur, tevreden te stellen, daar gaat het om.”

Andere nieuwsberichten

College van Amsterdam stemt in met grote stadsuitbreiding
39 minuten geleden
Inzendtermijn NRP Gulden Feniks gaat van start
4 uur geleden
Amsterdam-Zuid krijgt wooncomplex met markante toren
4 uur geleden
BNA organiseert avond rond internationaal ondernemerschap
Vandaag, 08:52

Omzetgroei bouwsector zwakt af
4 uur geleden
'Geen afname lichtvervuiling door gebruik LED-lamp'
Vandaag, 10:16
PvdA Amsterdam wil verbod op Airbnb
Gisteren, 17:52
Grootste ‘single roof’ zonnestroomproject van Nederland in gebruik genomen
Gisteren, 13:42
Arcadis houdt focus op duurzaamheid en verstedelijking
Gisteren, 10:28
Amsterdam start proef met CityTrees
21 november, 1:22
AGROB BUCHTAL GmbH
Reynaers B.V.
ODS Jansen
Hagemeister GmbH & Co. KG
ALUCOBOND®
SLV Nederland
Caparol
Tarkett Nederland
TRILUX - Simplify Your Light
Kawneer (voorheen Alcoa)
Verosol Nederland B.V.
Sedus Stoll B.V.
Q-railing
Pittsburgh Corning Nederland B.V. (FOAMGLAS)
OCS | Office Cabling Systems
Forster
Performance in Lighting
Sempergreen
Cladding Point B.V.
EeStairs | trappen en balustrades
Arpa Nederland BV
Aluprof Nederland
Intal BV
Forbo Flooring
AGC Glass Nederland B.V.
KONE Liften en Roltrappen, Gevelliftinstallaties en Deursystemen
Sto Isoned bv
Triflex BV
OJMAR, S.A.
Foreco Dalfsen
Wienerberger B.V.
Ruys Vloeren B.V.
Duco Ventilation & Sun Control
ROCKWOOL B.V.
Häfele Nederland
ROCKFON / ROCKWOOL B.V.
Baars & Bloemhoff
Trespa International BV
Gira Giersiepen GmbH & Co. KG
Rockpanel
Renson
Metaglas B.V.
Hi-Con | Bruil prefab
MOSO International BV
VELUX Nederland B.V.
Jung | Hateha B.V.
Van Besouw Tapijt
Grijsen Park & Straatdesign
Sika Nederland B.V.
ASSA ABLOY Entrance Systems
Kingspan Unidek B.V.
Saint-Gobain Glass Nederland
Faay Vianen B.V.
Boon Edam Nederland B.V.
Optigroen Dak-en Gevelbegroeiing
Derako International B.V.
Desso
Tektoniek
Bolon - Brandt Design Flooring
Holonite B.V.
Bolidt Kunststoftoepassing B.V.
Gerflor Benelux
OWA Benelux BV
Tata Steel IJmuiden BV
Annuleren
OK
Sluiten
Doorgaan
Inloggen
Maak een gratis persoonlijk account aan
Website Security Test