Over de avond kwam het in verschillende bewoordingen terug: dat de nadruk op het individu in veel organisaties te ver is doorgeschoten en dat de organisatie als geheel daaronder te lijden heeft. Dat het ‘ik’ wat genuanceerd zou moeten worden en het ‘wij’ weer zou moeten groeien. Dat het gemeenschapsgevoel binnen organisaties weer verdiept moet worden. Om zo met elkaar beter te weten waar je aan werkt, hoe je dat binnen die organisatie met elkaar aanpakt, en dat je je verbonden voelt met de organisatie, daar betekenis uit haalt.
Maar ook: om met elkaar sterker te innoveren. De eerste organisaties komen er nu ondertussen achter dat de innovatie sinds covid vertraagd is en dat na het aflopen van de pandemie die vertraging niet is hersteld.
Thuis werken mensen misschien wel harder dan op kantoor, maar werken ze wel aan het juiste? Is het gedane werk wel relevant genoeg? Of zoals Ingrid Heijne van Zenber aanhaalde: alleen ga je misschien wel sneller, maar samen kom je verder.
Het genetisch materiaal van mensen lijkt meer op dat van chimpansees – dan dat het genetisch materiaal van chimpansees op dat van de orangoetans lijkt, begrijpt Nick uit een gesprek met gedragsbioloog Patrick van Veen. Als we kijken wat we kunnen leren uit het groepsgedrag van de chimpansees kunnen we concluderen dat we misschien wel meer groepsdieren zijn dan we de laatste jaren zelf uitspreken. Belangrijk in de dynamiek van een groep is dat je altijd iets van jezelf moet inleveren, dat hoort erbij. Maar in plaats van dat als iets nadeligs te zien, zouden we die nuancering van onszelf moeten omarmen. We zijn als mensen gemaakt om in groepen samen te werken. De groep biedt namelijk onder andere bescherming, kennis, ervaring, plezier en stabiliteit. Iets wat we, ook in het werkende leven, erg nodig hebben.