Abonneer je nu op onze nieuwsbrieven!
Abonneren
Nee, bedankt
Ja, denk met me mee rond de
materialisering van mijn project
Copyright: Architectenweb / Pakhuis de Zwijger
Copyright: Architectenweb / Pakhuis de Zwijger
Copyright: YNNO
Copyright: YNNO
Copyright: Architectenweb / Pakhuis de Zwijger
Copyright: Architectenweb / Pakhuis de Zwijger
Copyright: Architectenweb / Pakhuis de Zwijger
Copyright: Architectenweb / Pakhuis de Zwijger
Copyright: Architectenweb / Pakhuis de Zwijger
Copyright: Michiel van Raaij / Architectenweb
Copyright: Architectenweb / Pakhuis de Zwijger
Copyright: Architectenweb / Pakhuis de Zwijger
Copyright: Architectenweb / Pakhuis de Zwijger
Copyright: Architectenweb / Pakhuis de Zwijger
Copyright: Michiel van Raaij / Architectenweb
Copyright: Architectenweb / Pakhuis de Zwijger
Copyright: Architectenweb / Pakhuis de Zwijger
Copyright: Architectenweb / Pakhuis de Zwijger
Copyright: Architectenweb / Pakhuis de Zwijger
Copyright: Architectenweb / Pakhuis de Zwijger
Acht lessen rond samenwerken op kantoor
Dinsdag 12 mei 2026 organiseerde Architectenweb samen met YNNO en Pakhuis de Zwijger een avond rond samenwerken op kantoor. Sprekers waren Nick Lettink en Aize Oenema (YNNO), Lonneke Leijnse (Heyligers Architects), Hans Reineke (Hollandse Nieuwe) en Ingrid Heijne (Zenber). Uit de veelzijdige avond waren acht lessen te trekken.
1. Door de sterke groei van het hybride werken is er een crisis ontstaan in de onderlinge samenwerking op kantoor
Er zijn nu kantoren waar het op dinsdag en donderdag te druk is, waardoor mensen op die dagen geen goede plek meer kunnen vinden en daarom maar niet meer komen; terwijl het in dezelfde kantoren op maandag, woensdag en vrijdag zo rustig is, dat mensen daarom op die dagen ook maar niet meer komen, schetste Nick Lettink van YNNO wat hij in zijn adviespraktijk tegenkomt. In veel organisaties wordt gesteld dat mensen nog twee dagen in de week naar kantoor komen, maar in de praktijk blijkt dat vaak niet eens gehaald te worden.

Het verplicht vanuit huis werken tijdens de covidpandemie vonden veel mensen zo comfortabel, dat na het aflopen van die pandemie de gang terug naar kantoor maar deels gemaakt is. Wanneer mensen dan op kantoor komen en daar steeds maar een deel van hun team of afdeling tegenkomen, is dat niet motiverend om daar nog te werken. Want, zo benadrukte Nick: je komt naar kantoor voor je collega’s.

Het is een misvatting om te denken dat een mooie entree, een mooie espressobar en een mooi bedrijfsrestaurant mensen naar kantoor trekken. Dat helpt vooral in de werving van nieuwe mensen, weet Nick. Maar aan dat soort zaken wen je. Het is de samenwerking met collega’s op de feitelijke werkplek waardoor mensen wel / niet blijven en wel / niet in organisaties floreren.

Met nu steeds minder mensen die nog op kantoor te vinden zijn, steeds vaker halve teams of afdelingen, is de onderlinge samenwerking op kantoor in een crisis beland. Het eerder ingevoerde activiteitgerelateerd werken helpt daarbij niet mee. Zonder vaste werkplekken – je zoekt immers een plek die het beste bij jouw activiteit past – was het altijd al soms zoeken naar het eigen team of de eigen afdeling. Nu is het helemaal moeilijk om elkaar nog te vinden.
2. Samenwerking gaat niet meer vanzelf en vraagt om nieuwe structuren
In de situatie waarin iedereen praktisch de hele week op kantoor was, ging de onderlinge samenwerking veel eenvoudiger. Het praatje met de collega, even een onderling overleg, iets leren van elkaar… het ontstond ook spontaan.

In de situatie waarin een deel van je collega’s op andere dagen aanwezig is dan jijzelf, is die onderlinge samenwerking veel lastiger. Digitale communicatie kan dat misschien deels wel ondervangen, maar fysieke communicatie is zoveel rijker, betoogde Hans Reineke van Hollandse Nieuwe. In die fysieke communicatie gebruik je namelijk al je zintuigen. Van elkaar leren, lol hebben, onderling vertrouwen opbouwen, beter begrijpen wat het hogere doel is van een organisatie… dat gaat in de fysieke wereld gewoon veel beter en sneller.

Het hybride werken zal niet meer verdwijnen. Geen van de sprekers twijfelde daaraan. Maar binnen organisaties wordt wel steeds meer nagedacht over welke kaders dit moet hebben, gaf Nick aan. Bijvoorbeeld dat de dagen dat een team of afdeling op kantoor werkt niet vrij gekozen worden, maar van bovenaf vastgesteld worden. Om te kunnen borgen dat teams of afdelingen op die specifieke dagen in basis compleet zijn. Samenwerking gaat namelijk niet vanzelf, gaf Nick aan, maar vereist structuren die dat mogelijk maken.
3. Denk voorbij alleen ontmoeten en overleggen ook weer aan hele dagen fysiek met elkaar werken
Waar aan gedacht kan worden is dat ieder team of afdeling op specifieke dagen in de week de hele dag in een eigen ruimte met elkaar werkt. Dus niet alleen met elkaar overleggen, maar de hele dag fysiek bij elkaar zitten, aan een groep van bureaus, met een groot scherm of scrumbord erbij voor korte ‘stand ups’, een vergaderruimte in de buurt voor specifieke overleggen, en afgesloten ruimtes om te (video)bellen of voor momenten van concentratie. Kortom, dat niet alleen de ontmoeting en het overleg met collega’s gefaciliteerd wordt, maar dat je ook echt weer met elkaar werkt.

En op dagen dat het team of de afdeling maar deels of niet aanwezig is, kan diezelfde ruimte door een ander team gebruikt worden. Met digitale planningssoftware kunnen dat soort ruimtes op een slimme manier gereserveerd worden. En misschien vraagt het wel dat er binnen organisaties afgesproken wordt dat niet alle teams of afdelingen alleen op dinsdag en donderdag komen, maar dat er gekozen moet worden voor óf de dinsdag óf de donderdag, en dat ook een maandag, woensdag of vrijdag erbij gepakt moet worden. Nick ziet dat steeds meer organisaties toch op een spreiding over de week gaan sturen.
4. Organisaties en mensen hebben baat bij werken in groepen
Over de avond kwam het in verschillende bewoordingen terug: dat de nadruk op het individu in veel organisaties te ver is doorgeschoten en dat de organisatie als geheel daaronder te lijden heeft. Dat het ‘ik’ wat genuanceerd zou moeten worden en het ‘wij’ weer zou moeten groeien. Dat het gemeenschapsgevoel binnen organisaties weer verdiept moet worden. Om zo met elkaar beter te weten waar je aan werkt, hoe je dat binnen die organisatie met elkaar aanpakt, en dat je je verbonden voelt met de organisatie, daar betekenis uit haalt.

Maar ook: om met elkaar sterker te innoveren. De eerste organisaties komen er nu ondertussen achter dat de innovatie sinds covid vertraagd is en dat na het aflopen van de pandemie die vertraging niet is hersteld.
Thuis werken mensen misschien wel harder dan op kantoor, maar werken ze wel aan het juiste? Is het gedane werk wel relevant genoeg? Of zoals Ingrid Heijne van Zenber aanhaalde: alleen ga je misschien wel sneller, maar samen kom je verder.

Het genetisch materiaal van mensen lijkt meer op dat van chimpansees – dan dat het genetisch materiaal van chimpansees op dat van de orangoetans lijkt, begrijpt Nick uit een gesprek met gedragsbioloog Patrick van Veen. Als we kijken wat we kunnen leren uit het groepsgedrag van de chimpansees kunnen we concluderen dat we misschien wel meer groepsdieren zijn dan we de laatste jaren zelf uitspreken. Belangrijk in de dynamiek van een groep is dat je altijd iets van jezelf moet inleveren, dat hoort erbij. Maar in plaats van dat als iets nadeligs te zien, zouden we die nuancering van onszelf moeten omarmen. We zijn als mensen gemaakt om in groepen samen te werken. De groep biedt namelijk onder andere bescherming, kennis, ervaring, plezier en stabiliteit. Iets wat we, ook in het werkende leven, erg nodig hebben.
5. Er zijn vier samenwerkingsvormen te onderscheiden
Hoe werken we nou precies samen op kantoor? In de praktijk en in de wetenschappelijke literatuur ziet YNNO vier samenwerkingsvormen: co-working (individueel werken in de nabijheid van collega’s), coördinatie (samenwerken als in een estafette, wat collega’s voorbereid hebben breng je verder voor weer de volgende collega’s), compilatie (verschillende disciplines delen hun kennis om met elkaar om een project te kunnen realiseren – resultaatgericht) en co-creatie (intensieve samenwerking waarin met elkaar meer bereikt wordt dan individueel bereikt zou kunnen worden, diepgaande innovatie – inhoudsgedreven).
Uit een korte rondgang in de zaal bleek dat bij sommige mensen in hun werk één samenwerkingvorm dominant is, terwijl bij andere mensen over de dag samenwerkingsvormen afgewisseld worden. Ieder mens, en dus iedere organisatie, werkt uiteindelijk in één of meerdere van deze samenwerkingsvormen. Uit eigen onderzoek onder organisaties ziet YNNO dat het aandeel van de verschillende samenwerkingsvormen er grofweg zo uit ziet.
Coördinatie (estafette samenwerking) en compilatie (multidisciplinaire samenwerking) zijn dus dominant. Maar co-working is niet verdwenen, en co-creatie komt nog weinig voor. Al kun je je wel voorstellen dat als daar de grootste innovatiekracht zit, daar in de toekomst wel meer nadruk op zal komen te liggen.
6. Iedere samenwerkingsvorm vraagt eigen werkomgeving
Bij de inrichting van hun kantoor zouden organisaties eerst goed na moeten gaan welke samenwerkingsvormen gehanteerd worden, naar welke samenwerkingsvormen ze toe zouden willen groeien, om vervolgens na te denken over wat die samenwerkingsvormen van de werkomgeving vragen. In de gepresenteerde projecten op het symposium kon door de oogharen ontwaard worden wat welke samenwerkingsvorm nodig heeft. Dit is een persoonlijke interpretatie van de auteur.
Co-working – vraagt om een rustige omgeving, die voorspelbaar is, die net als alle andere werkomgevingen juist niet te open moet zijn, maar wat kleinschaliger moet zijn, met verschillende sferen om in te spelen op neurodiversiteit. Net als alle andere werkomgevingen moeten ook hier meer aparte ruimtes opgenomen worden om te kunnen (video)bellen of om geconcentreerd te werken. Daar is in het algemeen veel behoefte aan, benadrukte Lonneke Leijnse van Heyligers Architects.

Coördinatie – vraagt om een behoorlijk levendige werkomgeving met een zekere transparantie en goede verbindingen waarin mensen elkaar makkelijk tegenkomen en kunnen opzoeken, zodat het werk dat van de ene naar de andere gaat makkelijk afgestemd kan worden. Ook vraagt deze werkomgeving ruimtes voor stand-ups, planningsborden, en goede vergaderruimtes waarin de ‘estafette’ van het werk afgestemd kan worden. Ook hier blijft neurodiversiteit, beperkte schaal, en voldoende afgesloten ruimtes om te kunnen (video)bellen en te kunnen concentreren belangrijk.

Compilatie – vraagt om een stimulerende werkomgeving waarin de interdisciplinaire samenwerking in aparte ruimtes plaats kan vinden. Het kan dan gaan over ruime vergaderruimtes met grote schermen, whiteboards en dergelijke, het liefst ook met daglicht omdat de werksessies ook wat langer kunnen zijn. Maar het kan ook gaan over aparte ruimtes waar de interdisciplinaire teams hele dagen, soms zelfs weken, met elkaar aan een verzameling van bureaus kunnen werken, waarbij de teams dan ook de beschikking hebben over vergaderruimtes en afgesloten ruimtes om te kunnen (video)bellen of te kunnen concentreren.

Co-creatie – vraagt om aparte ruimtes die zich door teams eigen gemaakt kunnen worden, dus waarin dat wat in een intensieve samenwerking met elkaar gecreëerd wordt zichtbaar wordt, als stimulans om daarop voort te bouwen. Iedere teamruimte moet toch enigszins gescheiden zijn van de ruimtes van andere teams, om het eigen creatieve proces van het team te vieren. Iedere teamruimte moet ook weer de beschikking hebben over vergaderruimtes, plus voldoende afgesloten ruimtes om te (video)bellen of te kunnen concentreren.
De afgelopen tien jaar is in het ontwerp van kantoren de nadruk minder komen te liggen op co-working, terwijl dat toch belangrijk blijft, en is veel aandacht uitgegaan naar het faciliteren van coördinatie en tot op zekere hoogte ook naar compilatie. Maar bij veel organisaties kan die compilatie nog veel beter gefaciliteerd worden en is er zeker bij de co-creatie nog veel te halen.

Bij de ontwerpen die in de presentaties van Heyligers architects, Hollandse Nieuwe en Zenber langs kwamen lag de nadruk sterk op het faciliteren van die compilatie en co-creatie. In het debat aan het eind van het symposium durfden de ontwerpers niet te spreken van een groeiende aandacht voor specifiek die samenwerkingsvormen.Gezien de noodzaak bij veel organisaties om sneller te innoveren, is het wel voorstelbaar dat dat wel zal gebeuren. Maar voor nu is dat nog afwachten.
Het symposium is ook terug te kijken, hieronder of via architectenweb.nl/videos
De scene uit de film Scent of a Woman, die Hans Reineke van Hollandse Nieuwe tijdens het symposium liet zien en waarin Frank Slade (Al Pacino) tangoles geeft aan Donna (Gabriela Anwar), is bijvoorbeeld op YouTube te zien.
7. Gerealiseerde ontwerpen worden steeds vaker doorlopend gemonitord en bijgestuurd
Hoe doorwrocht het ontwerpproces ook is geweest, in de praktijk zijn er toch altijd plekken die minder goed blijken te werken dan verwacht, en bovendien zijn organisaties ook permanent in beweging. Dat vraagt om een ingebouwde flexibiliteit in de ontwerpen, benadrukten de ontwerpers. Want steeds meer organisaties monitoren doorlopend het gebruik van het kantoor, onder andere via sensors, en bevragen de gebruikers erover, om de kantoorinrichting waar nodig bij te kunnen sturen.

Om die aanpassingen te begeleiden, blijven ontwerpers steeds vaker ook na oplevering betrokken, soms zelfs voor langere perioden. Allemaal om de kantoorruimte steeds op de effectiefst mogelijke manier te kunnen gebruiken.
8. Alle effecten van de stevige groei van het hybride werken kunnen we nog volledig overzien
Uit de avond bleek ook dat organisaties, adviseurs en ontwerpers nog worstelen met de ontstane realiteit na het aflopen van de covidpandemie. Aan de stevige groei van het hybride werken zijn we volgens Nick nog altijd niet helemaal gewend. Daarbij blijven er een aantal vragen hangen die nog niet volledig te beantwoorden zijn, zoals:
We weten dat fysiek met elkaar samen werken en samenwerken niet alleen prettig maar ook effectief is. Maar hoe groot is die meerwaarde daarvan precies voor mensen en organisaties?

En is die meerwaarde van fysiek samenwerken, met de juiste structuur, te bereiken in één dag per week op kantoor, of toch minstens twee dagen per week, of beter toch drie dagen per week? Of is meer toch eigenlijk altijd beter, dus zou het moeten gaan over vier of vijf dagen per week?

En welk verschil kan een goed ruimtelijk ontwerp maken in het ondersteunen van het samenwerken op kantoor, op het welzijn van mensen en de collectieve prestatie, en daarbij ook op de wens van mensen om weer vaker op kantoor te komen werken?
In de komende jaren zullen de antwoorden op deze vragen zich hopelijk langzaam maar zeker uitkristalliseren.

Wel is duidelijk dat de sterke groei van het hybride werken een nieuw bewustzijn vraagt over hoe op kantoor wordt samengewerkt en hoe dat in het ruimtelijk ontwerp optimaal gefaciliteerd kan worden. Zodat wanneer mensen op kantoor zijn, ze in de best mogelijke omgeving met hun collega’s kunnen samenwerken.

Gerelateerde nieuwsberichten

Gerelateerde podcasts

Andere nieuwsberichten

Studio Modijefsky benut potentieel van monumentaal pand aan de Rijn

Vandaag, 13:43

Eileen Stornebrink en Willie Vogel winnaars van de Jonge Maaskantprijs 2026

Vandaag, 11:00

Het Scholenatelier aan de slag met kindcentrum Tanthof-West in Delft

Vandaag, 10:49

Stuur nu jullie project in voor de prijs voor Schoolgebouw van het Jaar 2026

Vandaag, 08:30

Oprichter en directeur Marjan Minnesma van Urgenda overleden

Vandaag, 14:29

Gemeenten en provincies: meer geld nodig voor infrastructuur

Vandaag, 12:03

Amsterdam wil woningbezitters weren uit sociale huurwoning

22 mei, 12:23

Mogelijk minder ruimte nodig voor uitbreidingsplannen Moerdijk

22 mei, 9:47

Museum Rotterdam ontvangt sleutels van Citykerk Het Steiger

21 mei, 3:01

Naturalis: Nederlandse natuur verbetert, maar niet snel genoeg

21 mei, 1:50
Michiel van RaaijHoofdredacteur
KUBUS | Specialist in Archicad
SAPA
Reynaers Aluminium Nederland
Jansen
SAB-profiel bv
Aliplast Aluminium Systems
Kingspan Light & Air
ALUCOBOND®
Caparol
Tarkett BV
Kawneer
Grohe Nederland B.V.
Malaysian Timber Council
OCS | Office Cabling Systems
Swisspearl Nederland
Forster Nederland N.V.
VELUX Commercial Benelux B.V.
Sempergreen
Houthandel van Dam
Aluprof Nederland BV
QbiQ Wall Systems
Forbo Flooring
Schüco Nederland
Cedral
Sto Isoned bv
Triflex bv
Gorter Luiken BV
wienerberger
DUCO Ventilation & Sun Control
BEWI IsoBouw
ROCKWOOL B.V.
Mview+
Rockfon (ROCKWOOL B.V.)
Gira Nederland B.V.
Kingspan Geïsoleerde Panelen
GEZE Benelux  B.V.
Renson
Metaglas Groep
ABB | Busch-Jaeger
Jung | Hateha B.V.
Knauf B.V.
Saint-Gobain Glass Benelux
Faay Vianen B.V.
objectflor
Boon Edam Nederland B.V.
Hunter Douglas Architectural
VOLA Nederland BV
Forbo Eurocol Nederland B.V.
EQUITONE gevelpanelen
Holonite B.V.
Kronospan
Tata Steel Colorcoat®
Architectenweb
Over ons
Contact

© 2002 - 2026 Architectenweb BV / Voorwaarden / Privacy / Disclaimer / Sitemap
Annuleren
OK
Sluiten
Doorgaan
Inloggen
Maak een gratis persoonlijk account aan