Copyright: Philip Driessen
Copyright: Johannes Schwartz
Copyright: Philip Driessen
Copyright: Johannes Schwartz

Beumer: “De wereld is echt veranderd”

21 augustus 2013, 10:44
Het Nieuwe Instituut, waarin het NAi is opgegaan, staat nu een half jaar onder leiding van Guus Beumer. Welke kant wil hij op met het instituut? Een eerste interview.

Tekst Michiel van Raaij

Met de door de overheid opgelegde fusie zijn het NAi, Premsela en Virtueel Platform in de vorm van Het Nieuwe Instituut een nieuwe weg in geslagen. De nieuwe directeur ervan, Guus Beumer, is niet van plan de geschiedenissen van die verschillende instituten simpelweg door te trekken en enkel samen te bundelen. Nee, Het Nieuwe Instituut krijgt wat hem betreft een helemaal eigen identiteit.

“Het NAi is ook nooit een gefixeerd idee geweest”, stelt Beumer. “Iedere directeur brak radicaal met de vorige: Kirsten Feireiss introduceerde de architect als auteur, Aaron Betsky liet de multidisciplinariteit van het vak zien en betrok design erbij, Ole Bouman relateerde architectuur opnieuw aan zijn sociaal-maatschappelijke agenda.” Kortom: de enige continuïteit was de discontinuïteit.

Voor alle architecten, stedenbouwkundigen en interieurarchitecten in Nederland was het NAi decennialang een thuis. Beumer is zich bewust van dit sentiment, maar wil naar de vakgemeenschap duidelijk zijn: “Het NAi stond in het teken van de promotie van de Nederlandse architectuur. Dat is bij Het Nieuwe Instituut niet meer de agenda. Het Nieuwe Instituut is namelijk geen sectorinstituut meer.”

“Vijftien jaar geleden beleefde de Nederlandse architectuur een hoogtepunt”, zegt Beumer:
“(Zowel in de vakgemeenschap als in de politiek ontstond) enorm veel zelfbewustzijn. Dat moment kunnen we niet herbeleven. De wereld is echt veranderd.” (Lees: architecten mogen Het Nieuwe Instituut niet claimen.)

Dat de verzameling tentoonstellingen die deze zomer in Het Nieuwe Instituut te zien zijn de naam ‘De Ruïne’ dragen is natuurlijk geen toeval. Beumer lacht: “Het is natuurlijk een verwijzing naar de drie instituten die ten grave zijn gedragen en waar nu iets nieuws uit moet ontstaan. Het is een thema dat de vraag van het ‘nieuwe’ van Het Nieuwe Instituut meteen problematiseert. Een mooie introductie van wat het moet worden.”

Pas op de plaats
In het eerste halfjaar van 2013 is er geen hoofdtentoonstelling geweest in Het Nieuwe Instituut. De verzameling tentoonstellingen onder de naam ‘De Ruïne’
zijn het eerste levensteken. Waarom duurde dit zo lang? “De overheid heeft ons tot oktober gegeven om met een inhoudelijke agenda te komen”, vertelt Beumer. “Dat vond ik zelf ook te lang. Met ‘De Ruïne’ laten we nu al zien welke kant het op gaat.”

“Toen ik hier op 1 januari binnenkwam hebben we hierover gesproken”, vervolgt hij. “We konden een tentoonstelling inhuren, maar daarmee zou een totaal verkeerd beeld ontstaan van wat Het Nieuwe Instituut zou worden. Dat wilden we niet. We wilden daar eerst over nadenken. Dat we nu al iets laten zien is al heel snel.”

Terwijl er achter de schermen gewerkt werd aan een visie, waren bij Het Nieuwe Instituut de permanente tentoonstellingen Stad van Nederland en De Schatkamer nog wel te bezichtigen, zegt Beumer. Ook heeft het instituut gewoon zijn afspraken naar anderen nagekomen, zoals de samenwerking met het Hermitage in St. Petersburg.

Agenda: innovatie
Het Nieuwe Instituut is het instituut voor de creatieve industrie. Zo heeft het rijk dat gedefinieerd. Maar wat is die creatieve industrie precies? “De een ziet het als praktijk, de ander als gedateerd en weer een ander als economie”, zegt Beumer, die er zelf lang over heeft nagedacht. “Ik kwam uiteindelijk op ‘innovatie’. Dat vind ik een interessante interpretatie van creatieve industrie. Dat thema wil ik bij Het Nieuwe Instituut productief maken.”

‘Innovatie’
kun je volgens Beumer op allerlei manieren interpreteren. “Het wordt soms als een soort heilboodschap gezien, zonder dat er kritische kanttekening bij geplaatst wordt.” Dat is niet hoe Beumer het thema zelf wil invullen. “Mijn premisse is dat ‘innovatie’ gekoppeld is aan het idee van ‘vooruitgang’, en daar zit altijd een notie van ‘conflict’ aan vast. Die conflicten zou ik graag zichtbaar maken.”

“Innovatie is ook gekoppeld aan het vooruitgangsdenken, aan het idee van de welvaartstaat”, zegt hij. “En met dat soort interpretaties wordt ook het archief ineens productief.” Dat archief fascineert hem: “Er zijn verslagen van reizen, foto’s, notities, schetsen… allemaal hele fragiele dingen.”

De in het NAi gehouden Team X-tentoonstelling vindt hij een goed voorbeeld hoe ‘innovatie’ vertaald kan worden naar een tentoonstelling en hoe die tentoonstelling voort kan komen uit wetenschappelijk onderzoek en het uitgebreide architectuurarchief.

“Het begin van de Eerste Wereldoorlog was het startpunt voor het vooruitgangsdenken”, constateert hij. “In 2014 zullen we hier verder mee gaan en bijvoorbeeld inzoomen op het defensieapparaat als innovatiemachine en hoe innovaties daar op andere plekken doorwerken.”

De hoofdtentoonstelling ‘De Ruïne’ zal in september opgevolgd worden door ‘Biodesign’. “Dat gaat eigenlijk over de hybridering van de ontwerppraktijk”, zegt Beumer. “Ontwerp, wetenschap en natuur komen hier samen. Dit sluit goed aan op onze innovatie-agenda.” De tentoonstelling daarna zal dat volgens Beumer iets minder letterlijk doen. Die zal over interieur gaan.

Reflectie op de praktijk
“Het Nieuwe Instituut is een culturele instelling”, zegt Beumer een aantal keer. ‘Innovatie’
zal daarom altijd in brede zin bekeken worden – technisch, maar ook cultureel. Dat laatste hoort er bij Het Nieuwe Instituut echt bij, vindt hij. Zo zal de culturele component van architectuur ook (opnieuw) voor het voetlicht gebracht worden.

Bij de verschillende disciplines, met name e-cultuur, merkt Beumer een angst dat het enkel als instrument gezien gaat worden. Puur technisch en economisch. Terwijl reflectie op de praktijk juist zo belangrijk is. “Het reflectieve element moet gehandhaafd worden.”

Én publieksbereik én incrowd
Met de tentoonstellingen wil Beumer soms het grote publiek aanspreken en soms de vakgemeenschap. “Het instituut is groot genoeg om én én te doen.” Alleen op publieksbereik richten vindt hij onverstandig: “Het moet ook een incrowd instituut zijn. De autoriteit die daaruit voortvloeit heb ik nodig.”

Voor de vakgemeenschap wil Beumer een studio inrichten die afwisselend door een bepaalde discipline – architectuur, design, e-cultuur – wordt gebruikt. In die studio kan onderzoek gedaan worden. “Dat kan ook ontwerponderzoek zijn”, zegt Beumer. “Dat onderzoek kan bijvoorbeeld resulteren in een congres, maar het kan ook de tentoonstellingsmachine voeden.”

Beumer benadrukt dat de studiopraktijk niet mag samenvallen met de marktpraktijk. “Er moet ook ruimte zijn voor theoretische bespiegelingen. Ik hoop dat het mogelijk is vanuit reflectie een dialoog met de markt op gang te brengen.”

Hij kan zich bijvoorbeeld voorstellen dat in de studio de zorg herdacht wordt en de rol van ziekenhuizen daarin. Zijn die op termijn nog wel te betalen? Beumer:
“In de studio kunnen de echte vragen gesteld worden.”

Meer dan een tentoonstellingsmachine
Beumer heeft de indruk dat het instituut door de vakgemeenschap in de eerste plaats wordt afgerekend op de tentoonstellingen die er gehouden worden en vindt dat niet helemaal terecht. “De tentoonstellingsmachine is maar een onderdeel van wat we zijn.” Het Nieuwe Instituut is bijvoorbeeld ook een archief en heeft een bibliotheek waar duizenden onderzoekers per jaar komen.

Het Nieuwe Instituut is een fusie van drie instituten en dus drie culturen. Hoe gaat dat achter de schermen? “De sfeer is goed”, zegt Beumer. “Ik was bang dat er intern een gevecht zou ontstaan over de percentages van het budget dat naar iedere discipline zou gaan. Maar dat gevecht is er niet. Er wordt integraal gedacht. Daar ben ik erg blij mee.”

“Wat Het Nieuwe Instituut precies is, dat weet ik ook niet”, eindigt Beumer. “Dat moet over de komende jaren groeien.”

Andere nieuwsberichten

Restaurant van hergebruikte bouwmaterialen voor Tuinen van West Amsterdam

Gisteren, 13:50

Nederlands paviljoen op internationale boekenbeurs Taipei geopend

Gisteren, 11:34

Inschrijving voor Rietveldprijs 2024 geopend

Gisteren, 09:20

Symposium over belang en doel van tekenen voor architecten

22 februari, 5:26

ING verwacht dat huizenprijzen tussen vijf en acht procent stijgen

Gisteren, 14:38

Naturalis lanceert methodiek om biodiversiteit bermen te vergroten

Gisteren, 12:19

Bouwbedrijf BAM haalde eigen, aangescherpte veiligheidsdoel niet

Gisteren, 10:27

Klimaat- en energiebeleid kost gemeenten fors meer volgens rapport

22 februari, 4:12

Recordomzet voor Arcadis, een derde meer winst

22 februari, 10:11

Twee doden en twee gewonden door ongeluk bij brug in aanbouw Lochem

21 februari, 1:27
KUBUS | Specialist in BIM-software
SAPA
Reynaers Aluminium Nederland
Jansen
SAB-profiel bv
Aliplast Aluminium Systems
Hagemeister GmbH & Co. KG
ALUCOBOND®
Tarkett BV
Kawneer
Grohe Nederland B.V.
Malaysian Timber Council
OCS | Office Cabling Systems
Swisspearl Nederland
Forster Nederland N.V.
VELUX Commercial
Sempergreen
EeStairs | Design trappen - Balustrade - Ontwerp en constructie
Aluprof Nederland BV
Intal BV
Cosentino The Netherlands B.V.
QbiQ Wall Systems
Forbo Flooring
Schüco Nederland BV
AGC Nederland Holding B.V.
Cedral
Sto Isoned bv
Triflex bv
Gorter Luiken BV
Foreco Houtproducten
Wienerberger B.V.
Knauf Insulation
Zoontjens
DUCO Ventilation & Sun Control
IsoBouw Systems bv
Mview+
Rockfon (ROCKWOOL B.V.)
Gira Nederland B.V.
GEZE Benelux  B.V.
Renson
Metaglas Groep
ABB | Busch-Jaeger
Jung | Hateha B.V.
Knauf Ceiling Solutions B.V.
Saint-Gobain Building Glass Benelux
objectflor
Boon Edam Nederland B.V.
Hunter Douglas Architectural
Forbo Eurocol Nederland B.V.
EQUITONE gevelpanelen
Plastica Groep
Holonite B.V.
FALK®
Alsecco
Tata Steel Colorcoat®
© 2002 - 2024 Architectenweb BV / Voorwaarden / Privacy / Disclaimer / Sitemap
Annuleren
OK
Sluiten
Doorgaan
Inloggen
Maak een gratis persoonlijk account aan