KOMO ook in toekomst fundament voor kwaliteit in de bouw
19 oktober 2012, 17:14
“KOMO staat binnen de bouwsector voor onbetwiste kwaliteit. Al meer dan een halve eeuw lang biedt het keurmerk zekerheid aan bouwers en opdrachtgevers”, aldus de conclusie van het seminar ter ere van het 50-jarig jubileum van de stichting KOMO. Er werd echter vooral vooruitgekeken naar de toekomst: “De behoefte aan kwalitatieve bouw zal sterk toenemen. Ook de komende vijftig jaar kan Nederland van KOMO op aan.”
Op het seminar in Sociëteit De Witte in Den Haag bogen sprekers Bert van Delden (plv directeur-generaal Wonen, Wijken en Integratie van BZK), professor Hennes de Ridder (TU Delft en directeur Kenniscentrum Bouwprocesinnovatie) en Henk Bol (vice voorzitter Bouwend Nederland en directeur BAM Utiliteitsbouw), tezamen met een panel bestaande uit Gerard van de Aast (bestuursvoorzitter VolkerWessels), Henk Klein Poelhuis (voorzitter AFNL), Rogier Rijkers (hoofdredacteur Cobouw) en Lodewijk Niemöller (directeur KOMO) zich over de vraag hoe de toekomst van de bouw er op de langere termijn uit komt te zien en wat dat gaat betekenen voor certificering. Ook in het Visiemagazine (http://www.komo.nl/flipbook/) werd er door acht key opinion leaders bij diezelfde onderwerpen stil gestaan.
Door nieuwe aanbestedingsvormen en de wens om faalkosten te verminderen, zullen opdrachtgevers in de toekomst steeds meer zekerheid zoeken op het gebied van kwaliteit, conformiteit aan regelgeving en het voldoen aan de beloofde prestaties. Verzekerde garanties en waarborgen zullen hier een belangrijke rol in gaan spelen.
Tegelijkertijd richt de overheid zich op het terugleggen van de verantwoordelijkheid voor de naleving van de bouwvoorschriften bij gebouweigenaren, conform het advies van de commissie Dekker uit 2008 (‘privaat wat kan, publiek wat moet’). Lagere overheden willen terecht af van de schijn dat zij een verantwoordelijkheid dragen ten aanzien van de kwaliteit en prestaties van een bouwwerk.
Volgens Van Delden gaat de bouwregelgeving daarbij meer van ‘rule based’ naar ‘principle based’: “Kort gezegd moet het wel veilig, duurzaam en gezond zijn.” Professor De Ridder vindt dat dat principe ook voor opdrachtverlening in de bouw zou moeten gaan gelden:
“Als je de principes uit de bouw anno nu, zou loslaten op een avondje uit eten met je vrouw, dan stel je eerst met een groepje deskundigen het recept op, maak je kopietjes en vraag je de restaurants daar een prijs bij te geven zodat je om 20.00 uur voor de laagste prijs aan tafel kunt. Te gek voor woorden. Op deze manier beperk je het onderscheidend vermogen van bouwbedrijven tot de prijs. Er moet veel meer vrijheid komen en ruimte voor keuzes op basis van prijs-kwaliteit.”
Certificering kan op effectieve, efficiënte en transparante wijze voldoen aan de toegenomen vraag naar zekerheid, terwijl de overheid als toezichthouder wordt ontlast.
Deze rol kunnen keurmerken overigens alleen geloofwaardig innemen als zij, net als het KOMO-keurmerk, een robuust systeem zijn. Daarom moet de verstrekking van keurmerken kritisch worden beoordeeld. In Nederland gebeurt dit door de Raad voor Accreditatie.
Wanneer een certificatie-instelling door hen wordt geaccrediteerd biedt dit de grootst mogelijke zekerheid dat het certificaat doet wat het belooft. Het werd duidelijk dat KOMO kiest voor accreditatie en geen concessies doet aan kwaliteit.
“In de toekomst wil KOMO haar leidende positie verder uitbreiden door nog meer toegevoegde waarde te leveren voor certificaathouders”, aldus voorzitter Henry Meijdam van KOMO. “Dat betekent dat de stichting op drie hoofdthema’s stappen vooruit wil gaan realiseren. Het gaat om: erkenning, marktaandeel en inhoudelijke ontwikkeling van het keurmerk.”
Waardering voor kwaliteit
De toegenomen vraag naar kwaliteit en zekerheid is begrijpelijk en legitiem. Een keurmerk verschaft dergelijke zekerheden, maar de waardering ervan door opdrachtgevers kan explicieter in termen van voordeel bij aanbestedingen, minder controles, lagere leges en kortere doorlooptijden bij de aanvraag van bouwvergunningen.
De Stichting KOMO zal het initiatief nemen om met haar partners de benodigde instrumenten voor de waardering van de ‘KOMO kwaliteit’ verder te ontwikkelen.
Marktaandeel: KOMO wordt een household name
De referentie aan het allereerst certificaat van KOMO, de huisvuilzakken, kwam een aantal keer voorbij, maar KOMO zal voor een nog bredere groep in de samenleving moeten uitgroeien tot een synoniem voor onbetwiste kwaliteit in de bouw. Binnen de bouw en installatie is KOMO al een begrip, maar dit moet uitgebreid worden naar opdrachtgevers in de bouw, die nu nog te weinig met KOMO worden geconfronteerd, zoals woningbezitters en eigenaren van kantoorpanden.
Ook zij moeten bewust worden gemaakt dat voor een goed en zorgenvrij gebouw KOMO het verschil maakt. Daarnaast zal KOMO voor bouwproducten het verschil in zekerheid en toegevoegde waarde tussen KOMO en de Europese CE-markering duidelijk blijven maken. Zodat alle partners in de bouwketen in staat zijn zelf het niveau van zekerheid te kiezen dat hen past.
Inhoudelijke ontwikkeling
De inhoudelijke ontwikkeling van KOMO heeft nooit stilgestaan en zal dat ook niet gaan doen. Ontwikkelingen die de komende vijf jaar binnen het KOMO-keurmerk verankerd zullen worden, zijn:
• Uitbreiding certificering van processen en diensten, naast bouwproducten
• Certificering van complete bouwwerken, zoals woningen
• Integratie van betrouwbare duurzaamheidsinformatie die aansluit op life-cycle-costing
• Integrale kwaliteitsborging en ketensamenwerking
Ten aanzien van dat laatste punt brak Henk Bol nog een lans voor total cost of ownership. “De bouw kent op dit moment een gigantische fragmentatie. De enige manier om dat te doorbreken en kwaliteitswinst te boeken en faalkosten te verminderen is dat bouwbedrijven integrale verantwoordelijkheid gaan nemen voor het proces en het totaalproduct.”