Abonneer je nu op onze nieuwsbrieven!
Abonneren
Nee, bedankt
Ja, denk met me mee rond de
materialisering van mijn project
Kirsten Schipper
Boekcover 'Meer ruimte voor architectuur - Over architectuurbeleid en bouwcultuur'
Copyright: Architectura & Natura

Kirsten Schipper: “Sterke bouwcultuur draagt bij aan betere samenleving”

14 juli, 9:30
Architectuurhistoricus Kirsten Schipper heeft een boek geschreven over de geschiedenis van architectuurbeleid in Nederland. In Meer ruimte voor architectuur - Over architectuurbeleid en bouwcultuur richt ze zich met name op de afgelopen 35 jaar, waarin eerst architectuurbeleid werd opgetuigd, om vervolgens weer te worden afgebroken. Architectenweb sprak erover met Schipper. “De culturele component van architectuurbeleid verdient opnieuw aandacht.”

Meer ruimte voor architectuur verschijnt 2,5 jaar na jouw proefschrift over architectuurbeleid. Moeten we dit boek beschouwen als de publieksversie van je proefschrift of zijn er verschillen?
“Het onderwerp is hetzelfde, maar de opzet is anders en voor een breder publiek. In mijn proefschrift Architectuur als culturele daad onderzocht ik de ontwikkeling van het nationale architectuurbeleid en de gedachte dat architectuur niet alleen een technische of economische opgave is, maar ook een culturele verantwoordelijkheid. Ik liet zien hoe bouwen en cultuur vanaf de jaren tachtig op rijksniveau met elkaar werden verbonden, met als doel de kwaliteit van de leefomgeving te versterken. Daarnaast onderzocht ik de historische wortels van dat beleid. Die gaan terug tot het begin van de negentiende eeuw, toen onder koning Lodewijk Napoleon de kwaliteit van de architectuur en de gebouwde omgeving voor het eerst nadrukkelijk een verantwoordelijkheid van de overheid werd. Vanuit het ideaal van volksverheffing werd architectuur gezien als een middel om bij te dragen aan een goede samenleving. Die lange voorgeschiedenis vormt ook een belangrijk onderdeel van Meer ruimte voor architectuur.

Voor Meer ruimte voor architectuur heb ik het verhaal thematisch opgebouwd in plaats van chronologisch. De kern van het onderzoek is hetzelfde gebleven, maar ik heb het aangevuld met nieuwe accenten, waaronder de manier waarop de Nederlandse architectuur in het buitenland is gepromoot. Daarnaast maken verschillende casestudies het beleid concreet en tastbaar. Zo komen onder meer de Amsterdamse School, het Rijksmuseum, het Nederlands Architectuurinstituut, het stadhuis van Groningen en de Nederlandse traditie van waterbeheer – met projecten als de Deltawerken en Ruimte voor de Rivier – aan bod. Deze voorbeelden laten zien hoe architectuurbeleid in de praktijk vorm krijgt en hoe architectuur heeft bijgedragen aan de identiteit, kwaliteit en internationale uitstraling van Nederland.”

Jouw proefschrift ging met name over de periode 1991-2012, in je boek kijk je ook naar de periode erna. Wat gebeurde er toen?
“2012 is echt een kantelpunt. In de jaren daarvoor was een samenhangend architectuurbeleid opgebouwd, waarin ontwerpkwaliteit, talentontwikkeling, goed opdrachtgeverschap en publieksbereik elkaar versterkten. Maar juist op dat moment veranderde de rol van de overheid fundamenteel. Toen het systeem volwassen begon te worden, trok de overheid zich terug; een trend die al langer gaande was.

Met de opheffing van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (2010) verdween de inhoudelijke verbinding tussen architectuurbeleid en ruimtelijke ordening. Ook verviel de directe betrokkenheid van de rijksbouwmeester, de belangrijkste onafhankelijk adviseur van de overheid op dit gebied en daarom lange tijd de sleutelfiguur in het architectuurbeleid.

Tegelijkertijd kreeg de cultuursector te maken met forse bezuinigingen en werd architectuur ondergebracht in de creatieve industrie. Daardoor verschoof de nadruk steeds meer van de culturele betekenis van architectuur naar de economische waarde ervan.

In het boek laat ik zien dat het architectuurbeleid niet volledig is verdwenen. Ontwerp speelt nog altijd een rol, maar de vraag is of ook de oorspronkelijke culturele ambitie behouden is gebleven. Mijn conclusie is dat juist die culturele component opnieuw aandacht verdient.”

Waar Nederland in 1991 met de eerste architectuurnota Ruimte voor Architectuur het startsein gaf voor een internationaal geroemd architectuurbeleid, werd dit in het afgelopen anderhalf decennium dus afgebroken. Wat zijn volgens jou de gevolgen hiervan?
“De grootste verandering is dat architectuur steeds minder als een cultureel en publiek belang wordt benaderd. Het oorspronkelijke architectuurbeleid investeerde in een complete bouwcultuur: in ontwerpers, opdrachtgevers, kennisinstellingen, debat, onderwijs en het betrekken van het publiek. Dat zorgde voor een klimaat waarin kwaliteit kon ontstaan.

Na 2012 bleef een deel van die infrastructuur bestaan, maar wel in een veel kwetsbaardere vorm. Instellingen fuseerden of verdwenen, subsidies kwamen onder druk te staan en architectuur werd steeds vaker beoordeeld op haar economische betekenis. Daarmee wordt ook de lange termijn uit het oog verloren.

Dat is juist nu een probleem. We staan voor grote ruimtelijke opgaven: woningbouw, klimaatverandering, energietransitie en de herbestemming van bestaande gebouwen. Die vragen niet alleen om snelheid of meer vierkante meters, maar ook om kwaliteit. Een goede leefomgeving ontstaat niet vanzelf; daarvoor is een sterke bouwcultuur nodig. En die vraagt om een overheid die bereid is daarin te investeren.”

Je eindigt je boek positiever dan je proefschrift, met voorbeelden van projecten door met name jonge architecten die mede dankzij goed architectuurbeleid zeer geslaagd zijn. Kunnen we hier hoop uit putten voor de toekomst of moet er meer gebeuren?
“Ik eindig inderdaad bewust hoopvoller. Ondanks de afbraak van delen van het architectuurbeleid zie je dat een nieuwe generatie architecten zich moeite getroost om bij te dragen aan een nieuwe bouwcultuur, door niet alleen te ontwerpen aan maatschappelijke vraagstukken, maar zich ook te begeven in debatten en les te geven.

In het boek bespreek ik bijvoorbeeld TheNewMakers, opgericht door Pieter Stoutjesdijk, dat circulaire en verplaatsbare woningen ontwikkelt, Maarten van Kesteren, die met de renovatie van MBO-school Nimeto laat zien hoe waardevol hergebruik kan zijn, en bureaus als ORGA en Werkstatt, die laten zien dat biobased bouwen, natuurinclusiviteit en sociale kwaliteit uitstekend samengaan. Veel van deze bureaus hebben zich kunnen ontwikkelen dankzij prijsvragen, talentprogramma's en opdrachten van de overheid.

Tegelijkertijd is talent alleen niet genoeg. Er is ook een overheid nodig die een duidelijke langetermijnvisie heeft op de kwaliteit van de leefomgeving. Inmiddels is er weer een minister voor ruimtelijke ordening en wordt ook het cultuurbestel herzien. Dat biedt een kans om architectuur opnieuw als een zelfstandige culturele discipline te zien, in nauwe samenhang met ruimtelijke ordening en cultureel erfgoed.

Ik hoop dan ook niet zozeer op een terugkeer naar het architectuurbeleid van de jaren negentig, maar op een eigentijdse vorm van beleid. Een beleid dat opnieuw investeert in bouwcultuur, aansluit bij de Europese aandacht voor Baukultur en de maatschappelijke opgaven van deze tijd, en architectuur weer ziet als een culturele investering in de toekomst van Nederland.

Dat is precies waarom de overheid hierin een rol heeft. Niet om voor te schrijven hoe architectuur eruit moet zien, maar om voorwaarden te scheppen voor een sterke bouwcultuur: door talentontwikkeling, goed opdrachtgeverschap, debat, onderzoek en voorbeeldprojecten te stimuleren. Dat levert uiteindelijk niet alleen betere gebouwen op, maar ook een betere samenleving.”

Gerelateerde nieuwsberichten

Andere nieuwsberichten

Dok architecten richt kantoorverdieping van het Scheepvaartmuseum opnieuw in

Vandaag, 14:42

De Playlist: Catherine Visser, Daan Bakker en Fransje Hooimeijer zijn een kamerensemble

Vandaag, 12:15

Carbon Stories organiseert debat over Shift Embassy

24 juli, 3:59

Kindcentrum van Spring architecten is een paviljoen in het groen

24 juli, 2:44

Topman Heijmans: Nederland investeert te weinig in infrastructuur

24 juli, 11:47

Grote stroomaanvraag provincies voor woningbouw afgewezen

24 juli, 9:31

Historische binnenstad Paramaribo is nu bedreigd werelderfgoed

23 juli, 1:25

Team V benoemt Noortje ter Heege tot associate architect

23 juli, 11:51

Hitlers geboortehuis in Oostenrijk gaat open als politiebureau

22 juli, 2:28

DNB: beter investeringsklimaat nodig voor bouw huurwoningen

22 juli, 9:20
Ronnie WeessiesRedacteur
KUBUS | Specialist in Archicad
SAPA
Reynaers Aluminium Nederland
Jansen
SAB-profiel bv
Aliplast Aluminium Systems
Kingspan Light & Air
ALUCOBOND®
Caparol
Tarkett BV
Novastruct (voorheen Kawneer)
Grohe Nederland B.V.
Malaysian Timber Council
OCS | Office Cabling Systems
Swisspearl Nederland
Forster Nederland N.V.
Sempergreen
Houthandel van Dam
Aluprof Nederland BV
QbiQ Wall Systems
Forbo Flooring
Schüco Nederland
Amtico Flooring
Cedral
Sto Isoned bv
Triflex bv
Gorter Luiken BV
wienerberger
DUCO Ventilation & Sun Control
BEWI IsoBouw
ROCKWOOL B.V.
Mview+
Rockfon (ROCKWOOL B.V.)
Gira Nederland B.V.
Kingspan Geïsoleerde Panelen
GEZE Benelux  B.V.
Renson
Metaglas Groep
ABB | Busch-Jaeger
Jung | Hateha B.V.
Knauf B.V.
Saint-Gobain Glass Benelux
Faay Vianen B.V.
objectflor
Boon Edam Nederland B.V.
Hunter Douglas Architectural
VOLA Nederland BV
Forbo Eurocol Nederland B.V.
EQUITONE gevelpanelen
Holonite B.V.
Kronospan
Tata Steel Colorcoat®
Architectenweb
Over ons
Contact

© 2002 - 2026 Architectenweb BV / Voorwaarden / Privacy / Disclaimer / Sitemap