KOZ Máximaal: een gebouw voor de zintuigen
15 augustus 2016, 11:29
In de nieuwe KOZ Máximaal zijn kinderopvang, onderwijs en zorg voor kinderen met een geestelijke beperking samengebracht. Drost + van Veen architecten heeft een overzichtelijk gebouw ontworpen, met de zintuiglijke beleving als leidraad.
Verscholen in het groen in de Rotterdamse wijk Hilligersberg ligt de nieuwe KOZ Máximaal, een school en dagopvang voor kinderen tot twintig jaar met een geestelijke beperking. Het gebouw biedt plek aan de St. Mattheusschool (SO) en het Rotterdam College (VSO), naast Stichting Pameijer (zorg-dagbesteding) en kinderopvang BijDeHand (tevens voor reguliere kinderen). De gebouwgebruikers delen ruimtes en faciliteiten en werken nauw samen.
Drost + van Veen kreeg de opdracht een gebouw te ontwerpen waar leerlingen, personeel en ouders zich thuis zouden voelen. Voor de kinderen moet het gebouw een veilige plek met karakter zijn, waar ze een optimale ontwikkeling kunnen doormaken.
Voor deze groep kinderen is een gebouw met een heldere structuur van groot belang; het geeft hen duidelijkheid en daarmee veiligheid, legt Simone Drost uit. Ze heeft de zintuiglijke beleving van het kind – gevoel, kleur, geluid, sfeer – als leidraad voor het ontwerp genomen. De structuur heeft Drost gecreëerd met vorm, ritme en kleur.
Drielobbig boomblad
De plattegrond heeft Drost opgezet als een drielobbig boomblad. De lobben strekken zich vanuit het hart van het gebouw en omsluiten twee tuinen. In een van de lobben is de school gesitueerd, een andere biedt plaats aan de dagbesteding en de BSO, in de derde lob bevinden zich alle zorg- en sportfuncties.
Vanuit de entree is een duidelijke route ontworpen naar de domeinen. “De kolommen in de gang vormen een denkbeeldige lijn die kinderen volgen naar hun lokaal”, vertelt Drost. “Vaak doen zij dat door hun hand over de kolom te laten glijden.” Binnen een lob is een continue route waardoor je altijd weer terugkomt bij het begin.
Alle lokalen en zorgkamers liggen aan de buitengevel. Zo is er direct contact met de grote tuin, wat voor deze groep kinderen belangrijk. De wens om een lijn van ruimten langs de gevel te creëren, heeft deels de plattegrond bepaald.
Kleuren en vormen
In de binnengebieden, aan de andere zijde van de gang, met indirect daglicht, liggen ruimten waar de kinderen tijdelijk verblijven, zoals de snoezelruimten, leskeukens, speellokalen en therapieruimten. Een eigen, organische, vormentaal verduidelijkt het verschil tussen deze ruimten en de groepsruimte, het “thuis” voor de kinderen.
De ‘bewegende’ gekleurde vorm op de wanden van deze binnengebieden nodigt weer uit om te volgen. Per lob heeft elk middengebied een eigen kleur en vorm, waarmee de diverse domeinen herkenbaat worden.
De doelgroep is zeer gevoelig voor sfeer. Na onderzoek heeft het architectenbureau twaalf soorten wit en vergrijsde kleuren toegepast. Vanwege de gevoeligheid van de kinderen is er extra aandacht besteed aan geluidisolatie tussen ruimten en de akoestiek in de groepsruimten, de gymzaal en het hart van het gebouw.
Van brasserie tot werkplaats
De bouwkundige keuze voor een staalskelet en betonvloeren in twee verdiepingen bood vrijheid voor raamgrootte en klassenindeling. Elke ruimte kon hierdoor precies de gewenste vorm en omvang krijgen.
Op de begane grond bevindt zich in het hart een praktijklokaal: de brasserie, waar de jongeren van het VSO hun zelfbereide maaltijden serveren. Aan het hart zijn verder het muzieklokaal met een podium, de speellokalen en de sporthal gesitueerd.
Op de eerste verdieping vormt in het hart van het gebouw een reeks praktijklokalen een ‘mall’; in een winkel, wasserette, bibliotheek, sportclub, metaalwerkplaats en leskeuken, alle met een grote ‘winkelpui’, leren de kinderen werken. De praktijklokalen op beide verdiepingen bedienen het eigen gebouw, maar deels ook de buurt.
Ritmisch gevelreliëf
Máximaal is van binnen naar buiten ontworpen, vertelt Drost. De tactiele houten gevel is geïnspireerd op de bestaande bomen in de tuin. Hun ritme en kleurenpalet vormden de inspiratie voor de tactiele houten gevel, die de kinderen gaar aanraken.
De basiskleur is een grijsgroen, dat is ontleend aan de stammen. De diverse herfsttinten van de bladeren keren terug in een ritmisch reliëf in de gevel. Met name in het beginstadium blijven de kinderen dicht bij de gevel; aan de kleur herkennen ze hun eigen domein.
De entree is ontworpen als een uitgesproken beeldmerk, op uitdrukkelijk verzoek van de schoolleiding. Het straalt voor medewerkers, ouders en kinderen de boodschap uit: ‘Wij mogen er zijn!’