In haar columns ging het dit jaar een aantal keer over schoonheid. Als we vooruit kijken naar de architectuur die de komende tien jaar gerealiseerd gaat worden: die moet betaalbaar, energiezuinig, sociaal, biobased, circulair, klimaatadaptief en natuurinclusief worden. Is er met die stapeling van ambities, in combinatie met bijvoorbeeld de arbeidstekorten, straks nog ruimte om gebouwen een karakter te geven? “Gaat de aandacht voor het ambacht, het experiment en schoonheid een grotere rol spelen? [...] Ik hoop het van harte.”
Een bezoek aan Parijs, waar ze zelf ook gewoond heeft, deed haar mijmeren over de schoonheid van die stad met zijn brede boulevards, monumentale gebouwen, en smalle steegjes en hofjes die daar tegenover staan. Maar in een aparte column benoemde ze ook de veelzijdigheid van schoonheid in architectuur. Het zit overal, maar het begint misschien wel met aandacht. “Een zorgvuldig vormgegeven gevel, een fijn gedetailleerde waterslag, een te grote dakrand, een bijzonder huisnummer; alle liefde die erin gaat krijgt de gebouwbezoeker terug.”