De Juffer: intrinsiek natuurinclusief woongebouw
19 juni
De Juffer: een intrinsiek natuurinclusief woongebouw
De Juffer, ontworpen door WE architecten en ZUS (Zones Urbaines Sensibles), is een woongebouw waarin natuurinclusiviteit niet is benaderd als toevoeging, maar als uitgangspunt. Met zijn karakteristieke pagodevorm aan het water voegt het gebouw zich vanzelfsprekend in het landschap. De terrassen zijn zodanig uitgesneden dat zij ruimte bieden aan bestaande en toekomstige boomkronen. Hierdoor lijken gebouw en landschap in elkaar te grijpen en wordt de natuur vanuit de woningen optimaal beleefd.
Gelaagd ruimte maken voor natuur en mens
De locatie aan de plas van Van Buijsen, een voormalige veenplas ontstaan door turfwinning in de negentiende eeuw, vormt een bijzondere overgang tussen wonen en natuur. Voor het ontwerp van het gebouw met 23 appartementen stond het bestaande landschap centraal. Het ontwerp is ontwikkeld vanuit een benadering van buiten naar binnen, waarbij de natuurlijke context leidend was.
Vanuit de overtuiging dat bomen in de volle grond meer ecologische waarde bieden dan begroeide gevels, zijn eerst twintig extra bomen aangeplant. Daaromheen zijn de houten terrassen gevormd. Ze vormen een tussenzone tussen woning en landschap. Vanaf de balkons ervaren bewoners de boomkronen van dichtbij, alsof zij zich midden in het groen bevinden. Aan de zijde van de plas lopen de gebogen terrassen door, waardoor bewoners het water beleven vanaf een uitkragend balkon, dat doet denken aan de boeg van een schip. Ook fauna is integraal onderdeel van het ontwerp. Openingen aan de onderzijde van de terrassen bieden beschutte verblijfplaatsen voor vleermuizen, die ’s nachts boven het water foerageren.
De gevel vormt de tweede laag in de natuurinclusieve opbouw van het gebouw. Het ontwerp is geïnspireerd op het lokale fenomeen van het ‘ringelen’: een historische methode waarbij turfstenen werden gedroogd in open steentorentjes, gestapeld in Braziliaans verband. Het geprofileerde metselwerk van de gevel creëert holtes en nissen die, samen met geïntegreerde nestvoorzieningen, ruimte bieden aan vogels, insecten en spontane begroeiing. De gevel functioneert daarmee niet alleen als gebouwschil, maar ook als leefomgeving.
Om uitzicht, ruimtelijke kwaliteit en toekomstbestendigheid te maximaliseren, is gekozen voor een casco met een kolommenstructuur. Deze flexibele opzet maakt uiteenlopende woningtypologieën mogelijk en vergemakkelijkt toekomstige aanpassingen. Zowel op korte termijn, door wijzigingen in woningindelingen, als op lange termijn, wanneer een functieverandering aan de orde zou zijn, kan het gebouw zich relatief eenvoudig aanpassen.
De flexibiliteit van de structuur bewees zich al tijdens de verkoopfase, waarin de woningconfiguratie van een volledige verdieping zonder ingrijpende aanpassingen kon worden afgestemd op de marktvraag.
Daglicht en circulaire materialen
Een groot daklicht en een dubbelhoge entree brengen daglicht diep het gebouw in, waardoor ook het hart van het gebouw een sterke relatie met buiten behoudt en de behoefte aan kunstlicht wordt verminderd. Horizontale gevelopeningen, geïnspireerd op vogelobservatiehutten, voorzien de halfverdiepte parkeergarage van daglicht en uitzicht.
Naast de houten terrassen en kozijnen is op verschillende niveaus ingezet op circulair materiaalgebruik. De gevelstenen bevatten gerecycled donormateriaal. In het trappenhuis is akoestische wandbekleding toegepast van vilt op basis van gerecyclede PET-flessen, uitgevoerd in een grafische vertaling van de lokale bodemopbouw. De erfafscheidingen tussen de balkons zijn vormgegeven als vaste plantenbakken van gerecycled kunststof.
Een geïntegreerd waterbergingssysteem vangt regenwater op en zet dit in voor de bewatering van de beplanting. Daarmee draagt het gebouw niet alleen bij aan biodiversiteit, maar ook aan een duurzaam waterbeheer.