Industriële Hogeschool – ECAM
18 juli 2012
De hogeschool voor industriële ingenieurs ECAM wilde zijn hele gebouwinfrastructuur naar de universitaire site van de UCL in Woluwe verhuizen, naar een modern, functioneel en iconisch gebouw. ECAM onderwijst industriële ingenieurs in 6 verschillende disciplines (automatisatie, bouw, elektromechanisch, elektronica, informatica en landmeetkunde). Dit vergt het ontwerp van een grote verscheidenheid aan labo’s en werkplaatsen (ateliers bouw, metaalbewerking, labo’s mechanica en thermodynamica, automatisatie, elektronica, informatica, chemie en fysica en een tekenzaal). Het ontwerp beantwoordt aan het erg complexe programma door op een oordeelkundige manier de verschillende departementen bijeen te brengen. Zo kunnen bijvoorbeeld de polyvalente zaal en naastliggende studeerruimte samen gebruikt worden als receptieruimte of foyer voor lezingen of congressen die plaatsvinden in de grote auditoria die door een grote loopbrug bereikbaar zijn.
HET GEBOUW ALS MACHINE
Het ingewikkelde programma dat door ECAM vooropgesteld werd, en vooral een grote nood aan auditoria binnen een compact volume opgelegd door stedenbouwkundige zoneringsregels en gabarieten, liggen aan de basis van een ongewoon structureel antwoord: de volledige “auditoriazone”, op de westelijke helft van het nieuwe gebouw, heeft een tredenstructuur – vergelijkbaar met een tribune – die hier compact boven elkaar geschoven worden, wat minder gebruikelijk is, maar ruimtelijk een zeer efficiënte oplossing oplevert. Langs de “Promenade de l’Alma”, de voornaamste voetgangersweg van de site, rijst een gebouwhoge gordijngevel op die zicht biedt op de activiteit in het gebouw en de structurele tektoniek van het gebouw. Deze transparantie maakt het gebouw leesbaar naar buiten toe.
METHODOLOGIE EBQ (ENVIRONMENTAL BUILDING QUALITY) – HPE (HIGH PERFORMANCE ENERGY)
Het gebouw is ontstaan uit een doorgedreven bioklimatische reflectie en een zoektocht naar een hoge energetische performantie. Om dit te bekomen ‘volstond’ het in feite om een evenwicht te vinden tussen de functionaliteit van een gebouw, het comfort van zijn gebruikers en het
energieverbruik. De oriëntatie van het terrein was van primordiaal belang bij de ontwikkeling van het project, zowel bij het ontwerp van het plan als voor de gevels. Lokalen met een lage bezettingsgraad, maar die wel vaak gebruikt worden, hebben een grotere warmtebehoefte en zijn bijgevolg eerder aan de zuidkant gelegen.
Daarentegen hebben auditoria eerder te kampen met grote interne inbreng van warmte en worden daarom eerder naar het noorden georiënteerd of veel beter beschermd tegen de zuiderzon. Het grootste gedeelte van de gevels en vooral de zuid- en westgevel bestaan uit baksteen en kleine langwerpige ramen. De ligging van de ramen, de dikte van de muur, de light-shelves en de zonneweringen verfijnen het klimaatbeheer: maximale winst aan zonnewarmte in de winter en optimale bescherming tijdens de zomer. Een deel van de noordgevel, niet blootgesteld aan een hinderlijk broeikaseffect, gunt zich een grote transparantie toe via een gordijngevel met hoge thermische prestaties. Zo wordt er licht gebracht naar zones die anders heel donker waren geweest, onder andere achter de gordijngevel via een grote lichtput naast de metrobedding waar het gebouw tegenaan geschoven is. Een centraal atrium (free cooling, lightning,..) vervolledigt de algemene principes van het bioklimatisch concept.
Natuurlijk is de dikte van de muurisolatie recht evenredig met het vooropgestelde doel om het maximum aan thermische verliezen te beperken en bijgevolg minder energie te verbruiken. De didactische benadering van het geheel van de technische installaties is als pedagogisch project geïntegreerd in de school met als doel de reële bewustwording van energieverbruik en de verantwoorde toepassing van energiesystemen. De uitstoot van CO2/NOx, recuperatie van regenwater, optimalisatie van verlichting en binnenklimaat, … zijn allen tastbaar aanwezig en hebben
een geïntegreerde meerwaarde. Het gebouw is kortom een pedagogisch project dat de studenten
voortdurend confronteert met de mogelijkheden en realisatie van duurzame energie.