Carel Weeber krijgt Maaskantprijs

26 oktober 2006, 16:40
In april 2006 werd bekend gemaakt dat Carel Weeber dit jaar de Rotterdam-Maaskantprijs zou ontvangen. Deze bekendmaking vormde destijds aanleiding om de ex-architect – zoals Weeber zichzelf tot voor kort betitelde - de aftrap van de interviewreeks in Architectenweb Magazine te laten verzorgen. De ex-ex-architect neemt op vrijdag 27 oktober de prijs officieel in ontvangst, wat reden is om het betreffende interview uit mei 2006 nogmaals te plaatsen.

interview met Carel Weeber: Jullie land is een cultureel Galapagos!
Komt de erkenning die spreekt uit de toekenning van de Maaskantprijs wat u betreft nog op tijd of voelt het als een trap na, nu u Nederland verlaten hebt?
Voor mijn gevoel waren ze vijf jaar te laat met die prijs. Maar het was vrijwel onmogelijk jury’s samen te stellen die mij die prijs wilden geven. Misschien heeft mijn vertrek uit Nederland er toe bijgedragen dat het nu wel mogelijk was. Mijn vertrek is blijkbaar een beetje mijn dood.

U werd al vroeg hoogleraar in Delft en vervolgens decaan. Nadat u in 1977 misgreep in een prijsvraag voor de bibliotheek van Rotterdam kreeg u (uit medelijden van enkele oud-studenten die in Rotterdam ambtenaar waren geworden) veel woningbouwopdrachten in die regio. Daarmee is er naar uw eigen zeggen een staatsarchitect, in de zin van een ontwerper van openbare gebouwen, aan u verloren gegaan. Vervolgens realiseerde u vijftien jaar lang in een razend tempo woningbouwprojecten. In het begin van de jaren negentig stelde u de krampachtige omgang met historische binnensteden voor het eerst aan de kaak. In 1993 zei u over Rotterdam dat de stad een voorsprong had ten opzichte van andere Nederlandse steden omdat Rotterdam geen historisch centrum heeft. Hoe staat u 15 jaar na dato tegenover deze uitspraak?
In politiek en economisch opzicht kende de 21ste eeuw een rumoerige, om niet te zeggen gewelddadige start. De wild stromende rivieren van de vaderlandse architectuur uit de vorige eeuw – ook wel bekend als Superdutch - blijken op hetzelfde moment te zijn veranderd in onschuldig kabbelende beekjes. Elk zichzelf respecterend Nederlands bureau heeft inmiddels een glanzende monografie aan het oeuvre toegevoegd en na een weifelende start trekt de bouwproductie weer aan. Mede dankzij Chinese broodheren krijgen in het kielzog van OMA ook minder uitgesproken bureaus opdrachten de Nederlandse architectuur te exporteren. Voorspoediger is een eeuw nooit begonnen. Het is tijd voor argwaan. De kans is groot dat het succes van de jaren negentig in combinatie met de huidige gunstige economische vooruitzichten een verdovende werking zal hebben op het architectuurklimaat in Nederland. Op het gebied van architectuur is het ontbreken van historische gebouwen in een binnenstad altijd een verademing. Daardoor zijn Japanse en Amerikaanse steden zo ontspannend. Helaas beginnen ze in Rotterdam nu nieuwbouw te behandelen als historisch goed en wordt het netjes en braaf. De vaart is er uit! Het is provinciaals om steeds maar weer trots te moeten worden op een hoogbouwtje hier en een hoogbouwtje daar. De Amsterdamse Zuidas lijkt dan ook interessanter te worden dan de huidige Rotterdamse binnenstad.

De huidige discussie beperkt zich tot de polarisering van het verschil tussen een historiserende en een moderne of modernistische opvatting van architectuur. Uw discussiepunt uit het begin van de jaren negentig lijkt daarmee volkomen te worden veronachtzaamd?
Wat er gaande is, is hilarisch. De tijdschriften en jaarboeken (promotoren van staatsarchitectuur, gesubsidieerd door de overheid) blijven het modernisme omarmen, terwijl de markt iets anders wil doen. In de jaren negentig wees ik op de kloof tussen de smaak van het publiek en die van de staat. Het regisseren van leefstijlen is inmiddels het antwoord van de staat, en het publiek heeft weer het nakijken.

Het monddood maken van de bewoner bij het ontwerpen van woningbouw binnen de Nederlandse context werd al in de jaren zeventig door u aan de kaak gesteld onder de noemer ‘vertrutting’. De truttigheid leek destijds vooral van de linkerkant van het politieke spectrum te komen. Maar is er thans onder de noemer ‘historiserende architectuur’ niet bijna geruisloos een nieuwe vorm van vertrutting geïntroduceerd?
Tja, waar is links gebleven, ik zie alleen nog maar rechts, Verdonk nog aan toe! Leefstijlenarchitectuur is inderdaad vertrutting in een nieuw jasje. Opnieuw proberen de instituties het publiek de smaak van de staat op te dringen. Stond voor de Truttigheid destijds de dorpsarchitectuur model, nu zijn het kastelen van Anton Pieck en fungeert de Efteling als model voor de nieuwe woonwijk. Wonen als uitdrukking van een staatsideaal, zoals deze ontstond onder Berlage, Wibaut, Stalin, later Van Eesteren en het is te hopen van niet, maar misschien toch ook de nieuwe wethouder van Almere, is voor het wonen rampzalig. De idee dat woningbouw in deze tijd nog het predicaat architectuur behoeft, is volgens mij fout. Dit leidt alleen maar tot een overspannen houding met betrekking tot het wonen. Zoals het woord zelf zegt: wonen komt van gewoon. Ik ben er van overtuigd dat het hele middenveld van corporaties en ontwikkelaars voor het bouwen van huizen overbodig is. Net zoals ook autodealers zullen verdwijnen.

Behalve uw strijd tegen de Truttigheid verwierf eind jaren negentig ook uw idee van het Wilde Wonen veel bekendheid. Meer algemeen gesproken stonden de jaren negentig in Nederland in het teken van de VINEX-opgave. Hebben uw denkbeelden enig effect gesorteerd op de gigantische woningbouwopgave van weleer?
Het bouwen van woonwijken zat en zit nog steeds in de tang van het nationale planningsinstituut. Het apparaat is ontstaan tijdens de wederopbouwperiode en zit net als het fascisme destijds vol instituties. Ook na de jaren tachtig is hierin niets wezenlijk veranderd. Waar de corporaties zijn teruggedrongen is hun rol overgenomen door projectontwikkelaars. Ook deze voegen zich keurig in het staatsregime en proberen de wantoestand naar de bevolking toe te camoufleren met hun ‘architectuur’. Er is nog altijd niets democratisch aan. Hieruit blijkt dat het institutionalisme in Nederland diep, diep, diep zit. Ik heb me dat toen, in 1997 niet zo gerealiseerd. Hoewel mijn idee van het Wilde Wonen in feite een revolte was, dat wil zeggen een ontkenning van woningbouw als architectonische opgave, kon ook het Wilde Wonen zelf niet ontkomen aan de terreur van het planningsapparaat. Zelfs in Rusland hebben ze inmiddels de woningbouw overgedragen aan de bewoners en zijn de traditionele socialistische instituten ontmanteld.

In uw laatste televisieoptreden in het programma Woestijnruiters werd u geconfronteerd met een geïrriteerde Paul Witteman, die de Nederlandse mentaliteit van de twintigste eeuw feilloos vertolkte. Volgens Witteman is het niet democratisch als één architect zich het recht voorbehoudt alles te maken wat hem goed dunkt, iedereen moet immers gebruik kunnen maken van de stad. Hoe staat u op een hoger schaalniveau tegenover het idee van een democratisch gebruik van de ruimte?
Bij jullie overheerst het standpunt, gesanctioneerd door het democratisch bestel, dat het ontwerp, de controle en het beheer van de openbare ruimte voorbehouden is aan de staat. De particulier speelt daarbij, behalve als stemvee, geen rol. Zo berust bijvoorbeeld het Welstandstoezicht, jullie architectuurpolitie, op dit paradigma. Overal elders beperkt de staat zich tot het openbaar onroerend goed. Daarbij heeft de particulier zeggenschap over zijn eigen goed, daar zijn stadsbeelden de min of meer toevallige producten van het particuliere bouwen. Tot aan de invoering van de Woningwet waren Nederlandse steden dat ook, daarna werden het staatssteden. Hier ligt ook de kern van het permanent heersend ongenoegen over de kwaliteit van nieuwbouwwijken.

Nu u Nederland heeft verlaten, lijkt u ook uw staatsburgerschap bij uw vertrek in de haven van Rotterdam te hebben achtergelaten. In verschillende media spreekt u van ‘jullie volk’. Vanuit deze distantie bevindt u zich in een ideale positie om een objectieve sterkte-zwakte analyse van de huidige Nederlandse architectuur, stedenbouw en het ruimtelijk beleid te geven. Hoe zou u Nederland op dit moment typeren?
In Nederland heeft het Modernisme de laatste twintig jaar op een interessante wijze nageijld. Voor architectuurtoeristen is dit land hét cultureel Galapagos geworden. Waar in het algemeen elders deze stroming marginaal is en door een kleine groep bij voorkeur wordt aangewend bij musea en infrastructuur, wordt het bij jullie volk voor alles en nog wat de strot in geperst. De kwaliteit die daardoor ontstaat is van een steriele ordelijkheid. Als je er van houdt is het geen probleem, zo niet dan is het nietszeggend of zelfs beklemmend. Inmiddels kan ik vol overtuiging zeggen dat ik ben blij dat ik weg ben, van hieruit kan ik wellicht nog beter opereren. Wees niet bang, ik kom zeker niet terug. Als ik nog een gebouw maak is het op de Antillen. Trouwens, in Nederland mocht ik het blijkbaar niet meer. Terecht misschien?

Bouwregelgeving in Nederland wordt ondanks toezeggingen van de overheid voortdurend aangescherpt. Die daad getuigt volgens u van wantrouwen tegenover de burger. Zo komt van particulier opdrachtgeverschap niets terecht. Inmiddels woont u zelf in een particuliere wensdroom (in wording). In welk opzicht denkt u dat de situatie op de Antillen een blauwdruk kan vormen voor de Nederlandse situatie?
Op Curaçao bestaat de woningbouw voor zeker 90% uit zelfbouw. Een deel daarvan is illegaal. Het stadsbeeld is altijd rommelig, maar de woonomgeving comfortabel, ontspannen en toegesneden op behoeften, wensen en mogelijkheden van de bevolking. Er valt hier een hoop te leren van woningbouw zonder angst voor mislukking.

Stelt u dan voor de situatie op Curaçao één op één naar de situatie in Nederland te vertalen?
Dat zou naïef zijn. Curaçao heeft naast veel mogelijkheden een specifieke problematiek. De visuele disorde is weldadig, maar de verspilling als gevolg van politieke discontinuïteit, onbetrouwbaarheid en onmacht is daarentegen rampzalig, en niet alleen op het gebied van ruimtelijke planning. Ik vermijd nadrukkelijk het woord ‘ordening’, dat is verschrikkelijk Nederlands waar planning en ordening synoniemen zijn. In Azië zie je hoe prachtig planning en visuele willekeur samen kunnen vallen, elkaar zelfs omarmen. Op Curaçao is de vrijheid het gevolg van onkunde en onmacht, en dat deugt dus ook niet.

Kunt u aangeven waar de grootste problemen liggen in Nederland?
De voortdurende toename van controle over de architectuur is eigenlijk angst voor verandering. Een verandering die hoogst noodzakelijk is om mee te kunnen in deze nieuwe wereld. Deze vorm van staatsterreur leidt op den duur tot een superkwetsbaar woonmilieu waar niets meer mag of kan zonder de bestaande status geweld aan te doen. Stedenbouw voor het wonen hoort geen object van esthetisch ontwerp meer te zijn. Dat is twintigste-eeuws.

Waar bevinden zich de grootste potenties?
Op de zandgronden.

Wat zijn die potenties dan?
Zelf op zandgronden bouwen heeft bij (rijke) particulieren altijd de voorkeur gehad. Zowel het bouwen als het wonen is er aangenamer. Rijk Den Haag woont op oude zandriffen, het Haagse plebs op het veen, rijk Amsterdam verhuisde richting het Gooi, rijk Rotterdam naar Wassenaar en rijk Nederland naar België. Instituten bouwen blijkbaar liever op het veen, want bijna alle grote stadsuitbreidingen liggen daar. Zo groeien op dit moment zowel Arnhem als Nijmegen precies de verkeerde kanten op. Natuurlijker was geweest; Arnhem richting Veluwe, Nijmegen richting Groesbeek. Nu groeien ze op onnatuurlijke wijze naar elkaar toe. Voor zelfbouw is zandgrond de geschikte ondergrond. De meeste bouwvakkers wonen niet toevallig in Brabant.

U heeft activiteiten binnen een breed scala van het vakgebied verricht. Als u nog één handeling zou mogen verrichten die de geschiedenis van Nederland zou veranderen, is dat met hulp van architectuur van een ex-ex-architect werkend vanaf Curaçao, of middels het intellectueel gedachtegoed van Professor Weeber, of door een politieke daad van een prominent bestuurslid?
Het laatste; een bestuurder/politicus die in staat is tot ontmanteling van 20e eeuwse planningsinstituties. Adri Duivenstijn maakt mij dat voor het eerst duidelijk. Deskundigen, in dit geval architecten, leveren ideeën en mogelijkheden aan, politici met de juiste antenne kiezen daaruit. Hij was nog wethouder in Den Haag en als zodanig mijn opdrachtgever voor de Zwarte Madonna. Ik ben benieuwd of hij van de ultieme staatstad Almere een mensenstad wil maken.

Zijn er na het winnen van de Maaskantprijs nog doelen om na te streven?
De Maaskantprijs was voor mij nooit een doel, verre van dat. Maar nu ik die heb, wil ik ook de Oeuvreprijs krijgen. Mijn doel blijft om de architectuur te bevorderen door haar tot redelijke proporties terug te brengen, te bestemmen voor wie daar plezier aan wil beleven en vooral niet op te dringen.


Bron: interview door Eric frijters, Olv Klijn; foto's Jeroen Musch

Andere nieuwsberichten

Bewoners, markt en gemeente onderzoeken haalbaarheid Energiepark Leiden

Vandaag, 16:28

Flexibel café-restaurant voor Depot Boijmans van Beuningen

Vandaag, 15:11

UNStudio maakt winnend masterplan voor Korean National Football Centre

Vandaag, 14:34

Voormalige Willem II-kazerne Tilburg wordt woongebied

Vandaag, 11:43

‘Bijdrage gemeente aan stadion Feyenoord onvoldoende onderbouwd’

Vandaag, 17:26

Nieuw onderzoek naar eeuwenoude graven onder Binnenhof

Vandaag, 10:16

Europese Commissie: binnen vier jaar zes keer zoveel waterstof

Vandaag, 09:42

Uitreiking Gulden Feniks 2020 in november

Gisteren, 16:37

SER: bouw inzet biomassa voor elektriciteit en warmte af

Gisteren, 09:42

Koper nieuwbouw in Amsterdam moet huis zelf bewonen

Gisteren, 09:09
Reynaers B.V.
Jansenbyods
Hagemeister GmbH & Co. KG
ALUCOBOND®
Tarkett BV
Wicona
Kawneer (voorheen Alcoa)
Pittsburgh Corning Nederland B.V. (FOAMGLAS)
OCS | Office Cabling Systems
Forster
Balink Glas & Aluminium BV
Sempergreen
Aluprof Nederland BV
Intal BV
QbiQ Wall Systems
Forbo Flooring
iGuzzini
AGC Nederland Holding B.V.
Cedral
KONE Liften en Roltrappen en Deursystemen
Sto Isoned bv
Triflex bv
Gorter Luiken B.V.
Foreco Dalfsen
Wienerberger B.V.
AluK Aluminium b.v.
Zoontjens
Duco Ventilation & Sun Control
IsoBouw Systems bv
ROCKWOOL B.V.
Van Bruchem Staircases
Rockfon (ROCKWOOL B.V.)
Gira Nederlands B.V.
Rockpanel
GEZE Benelux  B.V.
Renson
Metaglas
VELUX Nederland B.V.
Jung | Hateha B.V.
Saint-Gobain Building Glass Benelux
objectflor
Boon Edam Nederland B.V.
Forbo Eurocol Nederland B.V.
EQUITONE gevelpanelen
Plastica Groep
Holonite B.V.
OWA Benelux BV
Serge Ferrari
Alsecco
Tata Steel's Colorcoat®
Mobelli Soft Seating- True Design
Annuleren
OK
Sluiten
Doorgaan
Inloggen
Maak een gratis persoonlijk account aan