Geheugenbalkon in Groningen
Copyright: Elzo Dijkhuis
Selfie met Arna Mackic (links), Joost Ector (midden) en Lorien Beijaert
Copyright: Studio L A
Geheugenbalkon in Groningen
Copyright: Siese Veenstra
Geheugenbalkon in Groningen
Copyright: Siese Veenstra
Geheugenbalkon in Groningen
Copyright: Siese Veenstra
Geheugenbalkon in Groningen
Copyright: Lorien Beijaert
Geheugenbalkon in Groningen
Copyright: Siese Veenstra
Gezamenlijke afstudeerproject: het gehoorde en gesproken woord
Boek 'Mortal Cities and Forgotten Monuments'
Copyright: Bas Koopmans
Boek 'Mortal Cities and Forgotten Monuments'
Copyright: Bas Koopmans
Springboard
Copyright: Arna Mackic
Springboard
Copyright: Arna Mackic
Tentoonstellingsontwerp Unfair
Copyright: Onno Kamer
Tentoonstellingsontwerp Unfair
Copyright: Onno Kamer
Tentoonstellingsontwerp Panorama Amsterdam, Amsterdam Museum in de Hermitage
Copyright: Amsterdam Museum
Tentoonstellingsontwerp Panorama Amsterdam, Amsterdam Museum in de Hermitage
Copyright: Amsterdam Museum
Tentoonstellingsontwerp Panorama Amsterdam, Amsterdam Museum in de Hermitage
Copyright: Amsterdam Museum
Tentoonstellingsontwerp Panorama Amsterdam, Amsterdam Museum in de Hermitage
Copyright: Amsterdam Museum
Tentoonstellingsontwerp Panorama Amsterdam, Amsterdam Museum in de Hermitage
Copyright: Amsterdam Museum
Still uit de film Blinds
Copyright: Studio L A & Robert Glas
Forum 2050: reizende gespreksruimte voor de vorming van Omgevingsvisie 2050 Amsterdam
Copyright: Discussiëren kun je Leren
Nieuwe Gezichten:
Studio L A
“Feitelijk is het Geheugenbalkon een uitkijktoren, maar door die kleine tribune blijven mensen wat langer boven en raken ze in gesprek. We horen steeds dat mensen verrast zijn dat het zo groot is daarboven en dat ze het leuk vinden om er echt even wat tijd door te brengen,” vertelt Lorien Beijaert. Zij en Arna Mačkić vormen samen Studio L A, dat voor dit project van de vakjury de Groningse Architectuurprijs ontving. Ondanks drukke agenda’s lukt het om met Arna en Lorien af te spreken en ze te vragen naar hun visie op architectuur met een maatschappelijke missie.
“Het CBK Groningen, inmiddels Kunstpunt, nodigde ons uit voor deze een besloten prijsvraag,” vervolgt Lorien. “Wij dachten dat we geen enkele kans maakten; de concurrenten waren Maurer United Architects en John Körmeling! Dus we gingen voluit – de dood of de gladiolen. Dat hielp blijkbaar.”

Arna licht de opgave toe: “Die was eigenlijk tweeledig. Ten zuiden van Groningen wordt de snelweg ondergronds gebracht. Dankzij een tijdelijke uitkijktoren zouden geïnteresseerden de bouw kunnen volgen. Ook moest er een visie komen op kunst in het nieuwe park. Wij stelden voor om een reeks
nieuwe plekken en objecten te maken met het sloopmateriaal van de oude snelweg, zodat er iets zou overblijven van de geschiedenislaag die nu feitelijk wordt overschreven. Die robuuste modernistische snelwegrestanten zouden, zonder negatieve associatie met auto’s, prachtige sculpturale kunstwerken kunnen worden.”

Gezien de flink vertraagde realisatie, kun je stellen dat het ontwerp al vroeg speelde met circulariteitsconcepten. “Al dat materiaal weggooien vonden we absoluut niet meer verantwoord,” zegt Arna daarover. “Maar nog belangrijker was het thema identificatie. Voor de omwonenden was die oude snelweg een deel van hun identiteit. Dat kon je niet zomaar uitwissen. Geef er dan opnieuw betekenis aan door de herkenbaarheid van de nieuwe plek ermee te vergroten. Bouw iets dat oude herinneringen ondersteunt en nieuwe actief helpt creëren. Breng de verschillende lagen samen: ruimte, geschiedenis, mensen. Zo maak je iets dat zich echt vasthecht en dat gebruikt wordt. Dat wordt bovendien gewaardeerd, want de toren is inmiddels permanent geworden.”

“Wij denken altijd vanuit de plek,” vertelt Lorien. “We maken geen ufo’s; de kiem van het ontwerp is al op de locatie aanwezig. Bijvoorbeeld in de ideeën of herinneringen van omwonenden, die zo’n plek kennen als geen ander. Wij geloven in échte participatie, vanaf het begin. Zo is het bij het geheugenbalkon gegaan en zo doen we het op de nieuwe locaties weer. Dan blijkt bijvoorbeeld dat je in Groningen bijna nergens echt dicht bij water kunt komen. Dat is tamelijk waardevolle informatie als je een park bij het water gaat maken!”
Onhandelbaar duo
Lorien vertelt hoe haar samenwerking met Arna ontstond. “Wij leerden elkaar kennen in het schakeljaar aan de Academie voor Bouwkunst in Amsterdam, waar we via verschillende kunstacademies terechtkwamen. Gaandeweg ontdekten we daar onze gedeelde interesse in de maatschappelijk kant van architectuur.” De route via de kunstacademie was achteraf bezien voor haar een logische, legt Arna uit: “Ik zocht een medium waarmee ik maatschappelijke opgaven kon onderzoeken en waarin ik me ook zou kunnen uiten. Dat ik bij architectuur uitkwam was achteraf niet verbazingwekkend, want de gebouwde omgeving speelde altijd al een belangrijk rol in mijn belevingswereld, eigenlijk via de verwoestingen waarmee ik als kind geconfronteerd werd.”

Ze refereert daarmee naar haar familiegeschiedenis. Vanwege de oorlog ontvluchtten Arna’s ouders in 1993 hun woonplaats vlakbij het Bosnische Mostar toen zij pas vier jaar was. De beelden en de verhalen van de oorlog spelen nog steeds een grote rol in de manier waarop Arna denkt over architectuur. Ze maakte er een indrukwekkend boek over, ‘Mortal Cities and Forgotten Monuments’, dat eraan bijdroeg dat ze in 2017 onderscheiden werd met de Jonge Maaskantprijs. De thematiek kwam terug in de BNNVARA-documentaire “Door de ogen van Arna”, die de werkwijze van Studio L A toont en afwisselt met een reisverslag naar beladen plekken in voormalig Joegoslavië.
“Een Technische Universiteit leek me niks,” vervolgt ze. “Een kunstacademie was dan een betere keus, aangezien ik altijd al graag tekende. Daar koos ik eerst voor interieur, lekker vertrouwd en veilig. Ook nu nog is de menselijke maat trouwens de basis van al onze projecten, maar inmiddels leggen we ons meer toe op het publieke domein, waar de grote maatschappelijk vraagstukken van onze tijd zich afspelen.”

“Uiteindelijk zijn we samen afgestudeerd, eigenlijk een beetje de formele start van onze samenwerking,” legt Lorien uit. “Dat was nooit eerder gebeurd en eigenlijk mocht het ook niet, maar we deden het toch. Ze zagen ons daar toch al als een onafscheidelijk en eigenwijs duo. We organiseerden samen een debatreeks die ook kritisch was over het onderwijs. Midden in de crisis, de helft van de architecten zat zonder werk, lieten ze ons alsof er niks aan de hand was gewoon masterplannen en woongebouwen voor yuppen ontwerpen. Terwijl wij dachten: die komen er nooit en er spelen nu urgentere problemen! Toen de academie voor onze lezingen de grote zaal niet ter beschikking wilde stellen, weken wij gewoon uit naar de kantine zodat alles gewoon door kon gaan.”

“Nadat we waren afgestudeerd konden we eigenlijk geen enkel bureau vinden dat onze maatschappelijke interesses deelde. Dus zijn we in 2016 voor onszelf begonnen.” Dat gebeurde eigenlijk vanzelf, vertelt Arna: “We hadden eerder al samen een tentoonstellingsontwerp gemaakt voor de Unfair. Daarna nam ik een jaar vrij van de academie om mijn boek te maken en ging Lorien werken bij een bureau in Berlijn. Toen we terug waren kwamen er nieuwe kleine opdrachten. Zo kwam het op gang.”
Vinkjes
Zou je inclusiviteit het centrale thema van het werk van Studio L A kunnen noemen? “Eh… ja,” antwoordt Lorien. “Ons werk gaat over de interactie tussen mensen, over ontmoeting – en dus ook vaak over de publieke ruimte. We willen plekken maken die zo inclusief mogelijk zijn. Volledig inclusief is onmogelijk, maar wij denken altijd vanuit het vertrekpunt: hoe sluit je zo min mogelijk mensen buiten en zorg je dat zo veel mogelijk mensen zich uitgenodigd voelen om elkaar te ontmoeten.” Vanwaar dan toch een aarzeling aan het begin van dit antwoord? Lorien legt het uit: “Omdat ik inclusiviteit inmiddels een hele moeilijk term vind, nu iedereen hem te pas en te onpas gebruikt. En we willen ons niet simpelweg laten framen als dat inclusieve bureau, want dat begint zich een beetje tegen ons te keren. Steeds vaker worden we gevraagd om deel te nemen aan initiatieven of projecten zodat er door onze betrokkenheid ergens iemand een vinkje kan zetten bij het vakje ‘inclusiviteit’.”

“Maar inderdaad,” vervolgt Arna. “Al ons werk gaat impliciet over in- en uitsluitingsprocessen. Voor wie is het, wie gebruikt het, wie is er bij het totstandkomingsproces betrokken? We analyseren dat heel nauwkeurig. Daarnaast zijn we gevoelig voor onrechtvaardigheid. Als we onrechtvaardigheid zien kunnen we dat niet negeren. Zodra het op een of andere manier een ruimtelijk component krijgt ligt er wat ons betreft een taak voor de architect. Dan voelen wij ons genoodzaakt, zelfs als andere betrokkenen niet direct kunnen of helemaal niet wíllen zien wat onze meerwaarde kan zijn, om dat te adresseren.”

“Daarom willen we bijvoorbeeld heel graag woningbouw doen,” vertelt Lorien. “En dan geen eenzijdige projecten voor de happy few of juist voor de onderkant van de markt, maar voor een breed publiek, een vermenging van écht verschillende mensen. Maar dit soort sociale ambities wordt vreemd genoeg in tenderprocedures, bijvoorbeeld in Amsterdam, totaal niet beloond. Laatst hebben we met een ontwikkelaar een plan gemaakt en kregen we letterlijk terug van de gemeente Amsterdam: ‘Dit is een té sociaal plan, hier hebben we niet om gevraagd.’”

Arna weet wel waarom: “Iedereen praat over inclusiviteit, maar als er echt geleverd moet worden blijft het stil. Mensen zitten opgesloten in kaders en beoordelingssystemen met punten en vinkjes, en willen of mogen niet verder kijken naar het grotere beeld. Politieke ambities zijn er genoeg, maar de systemen zijn te log. Dus zien we dat nog vrijwel nergens de daad bij het woord gevoegd wordt door daadwerkelijk tijd en geld uit te trekken voor inclusiviteit. En toch, of misschien wel juist daarom, willen wij die woningbouw in. Want we weten dat we echt iets kunnen toevoegen en dat het nodig is. Zorgen voor goede gemeenschappelijke functies, interessante plinten maken, goede vermenging creëren van verschillende woonvormen. We zijn gewoon nog niet zo goed in winnen, maar dat komt wel.”
De stad is politiek
Als ik vraag of ze tijdens een wandeling door de stad overal politiek in zien, als vanuit een soort beroepsdeformatie, klinkt uit twee monden een eensluidend antwoord: “Absoluut!” Lorien licht toe: “Als ik met mijn zoontje in de speeltuin ben zie ik resultaten van keuzes. Door alle nieuwe dure appartementen in mijn wijk zie ik om mij heen voornamelijk expats met veel geld. Ik kan me dan best boos maken over een gebrek aan sociale huurwoningen en de steeds verder oprukkende gentrificatie. Overigens heeft corona wél voor een herwaardering van de publieke ruimte en de bijbehorende sociale contacten gezorgd, als enige positieve punt.”

“Vanzelfsprekend is de stad dé plek waar politieke thema’s zichtbaar worden,” zegt Arna. “Daarom moeten architecten achter hun schermen vandaan en erop uit te trekken om op een pro-actieve manier contact te zoeken met échte mensen. Mij daagt dat enorm uit! Als ik op straat steeds meer tweejarigen met zakken chips zie lopen, dan wil ik weten wat er aan de hand is. Of als de gemeente van die gratis energiedozen uitdeelt, met spaarlampen en folie voor achter de verwarming, aan mensen die gedwongen worden te wonen in verwaarloosde en nauwelijks geïsoleerde woningen. Zijn zij nu ineens verantwoordelijk geworden? Zo hypocriet.”

Op mijn vraag of de rechtvaardige stad een reëel streven is of een utopie, is het antwoord duidelijk. “Nee, die bestaat niet,” zegt Lorien, “en daar moet je dus niet naar willen streven. Het probleem is eerder dat er bubbels zijn, waarin mensen wonen die zich kunnen afsluiten voor de situatie van anderen. Sommige leven in een prachtige, bijna ideale bubbel en andere in een bubbel met serieuze problemen. Wij willen eraan bijdragen dat iedereen het beter krijgt, maar verschillen zullen er altijd blijven.”

“Maar momenteel worden ze groter,” vult Arna aan. “Ik lees nu het nieuwe boek van Roxane van Iperen. Zij beschrijft hoe de meritocratie werkte voor de naoorlogse generatie. Met hard werken kwam je hogerop. Maar nu proberen die winnaars om hun eigen kinderen te bevoordelen. En maakt het dus inmiddels weer wél uit wie je ouders zijn, in welke clubjes je zit, naar welke school je gaat en of je Kimberley heet of Vlinder. Dat bepaalt vervolgens hoe en waar je in de stad terecht komt. Als dat überhaupt nog lukt.”

Lorien is het daar zeer mee eens. “Je ziet de stad in dat opzicht afglijden. Veel van mijn vrienden kunnen het zich niet meer veroorloven om in Amsterdam te wonen. Maar dan krijg je ook de vraag: wat voor stad wil je eigenlijk zijn? Een verzameling expats die na een tijdje weer verder trekt?”
Harde middelen
De stad staat dus feitelijk voortdurend in het teken van een strijd om de ruimte, stellen we vast. Maar is ontwerpen dan niet een te ‘zacht’ wapen? Moet het niet activistischer, meer guerrilla-achtig? Arna denkt van niet: “We hebben het ook wel op die manier geprobeerd hoor, maar dan blijkt dat ook activisme zelf weer een label is met een eigen bubbel eromheen. En wat je ermee kunt bereiken in het architectuurveld blijkt vaak teleurstellend.”
Lorien geeft een voorbeeld: “Een maand nadat de Bijlmerbajes als gevangenis sloot werd het ineens een asielzoekerscentrum. Wij hadden ons kantoor in de creatieve broedplaats ernaast. We waren benieuwd hoe ze de gebouwen geschikt hadden gemaakt voor de nieuwe bewoners. Het antwoord bleek schokkend: niet! Gezinnen met kinderen moesten wonen achter celdeuren en tralies. Dus wij aan de slag met bewoners. We hebben om te beginnen ontmoetingsplekken ingericht en wegwijzers aangebracht zodat er niemand meer hoefde te verdwalen.”

“Daarna,” vervolgt Arna, “hebben we een halfjaar lang geprobeerd om de tralies te verwijderen: zelf een staalboer geregeld, Monumentenzorg overtuigd, Rijksbouwmeester ingeschakeld, iedereen vond dat het moest. Behalve het COA, dat een belachelijk verhaal ophing over de onmisbaarheid van de tralies als zonwering. Uiteindelijk zijn er zelfs Kamervragen over gesteld, maar de VVD steunde de zonweringflauwekul. En ons werd de toegang tot het AZC ontzegd!” Nog altijd is de verontwaardiging groot, zo blijkt. “Wel kregen we daarna van Floris Alkemade de opdracht om de architectuur van AZC’s in Nederland te onderzoeken en verbetervoorstellen te doen,” vertelt Lorien. “Maar ook hier: ons rapport ligt er, maar de vervolgstap duurt eindeloos.”
“Ander voorbeeld,” vervolgt Arna. “In Rotterdam Zuid raakten we gefascineerd door verdringingsprocessen door sloop-nieuwbouwplannen. Daarom deden we ontwerpend onderzoek naar alternatieve mogelijkheden voor stedelijke ontwikkeling, waarbij bestaande bewoners niet per se weg hoefden. Toen rolden we regelrecht de slangenkuil in.” Lorien: “We schrokken van de felheid en de stelligheid waarmee mensen hun ingenomen standpunten verdedigden en we voelden: hier gaat niks bewegen, hier kunnen we nooit meer samen winnen. Zelfs de gemeente wilde niet transparant zijn over de afspraken die al gemaakt waren met grote ontwikkelaars en beleggers, maar had tegelijk wel de mond vol van gesprekken met bewoners.”

“Dat escaleerde vervolgens,” gaat Arna verder. “Een ontwikkelaar had op een kaal gesloopte vlakte een bouwbord neergezet met de aanmatigende tekst: ‘Something beautiful is on the horizon.’, alsof nu de nieuwbouwprojecten gestart zijn pas een échte mooie toekomst begint. Als kunstproject hebben wij een replica van dat bouwbord neergezet, maar dan met de tekst aan de achterkant. Een bemoediging naar de bestaande bewoners toe, die van die borden natuurlijk altijd alleen de achterkant zien, want de ‘goede kant’ richt zich op de buitenwereld. Al snel werden we gebeld: de ontwikkelaar weigerde het ‘misbruik’ van hun bord te accepteren en zou ons voor de rechter slepen. Pure intimidatie!” Lorien vult aan: “Heel bedreigend. En praten had geen zin meer; de kloof tussen deze wereldbeelden was onoverbrugbaar.”
Ontwerpen om te agenderen
Arna concludeert gelaten: “Van het grote geld konden we nooit winnen, begrepen we. Zelfs niet door van ons eigen salaris een advocaat in te huren. Het kost eindeloos veel geld en energie, levert enorme stress op en je bereikt niks. En allemaal vanwege een kunstwerk dat nauwelijks iemand gezien heeft. Sindsdien beginnen we alleen nog aan projecten waar we écht betekenis kunnen hebben door te geven en te maken.” Lorien: “Wat belangrijk is, is dat zaken worden geagendeerd en opgemerkt. Wij willen dat doen door middel van projecten. Zodat je ook echt een antwoord kunt geven in de vorm van een gebouw of in ieder geval met een merkbare verandering in de ruimte. En dat lukt. We worden steeds vaker gevonden door mensen die snappen wat we kunnen betekenen. Zoals in Groningen.”

“Of nu in Lelystad,” gaat Arna verder, “waar we gevraagd zijn om de openbare ruimte te onderzoeken. Of met mijn nominatie voor de Prix de Rome voor architectuur, waarvoor ik nu een project doe dat raakt aan maatschappij, politiek en rechtvaardigheid. En dan merk je: wat we doen wordt gezien, onze thema’s worden herkend, we mogen echt bijdragen. Dat werkt motiverend en geeft hoop.”
In ‘Nieuwe Gezichten’ onderzoekt architect Joost Ector door middel van een reeks interviews hoe een nieuwe generatie architecten invulling geeft aan hun vak. Wat voor architectuur willen deze architecten realiseren, hoe richten ze hun praktijk in, wat voor wereld hebben zij voor ogen? Ken je een startend architectenbureau dat wat jou betreft in deze serie niet mag ontbreken, stuur jouw tip dan naar redactie@architectenweb.nl.

Andere nieuwsberichten

Sociale woningbouwproject moet doorstroming in Eindhovense buurt helpen

Gisteren, 17:27

Boek: vraagspecificaties voor bouwprojecten

Gisteren, 15:50

Woonzorggebouw voor psychiatrische patiënten in Heist-op-den-Berg klaar

Gisteren, 13:18

Vijftien woningen losjes geplaatst in parkachtige omgeving

Gisteren, 09:03

Winnaars van de Circular Awards 2023 bekend

Gisteren, 12:25

Kay Oosterman benoemd tot partner bij ZJA

Gisteren, 10:40

Toezichthouder: veel macht grote bouwbedrijven bij nieuwbouw

6 februari, 3:37

Inschrijving Rotterdam Architectuurprijs 2023 gestart

6 februari, 10:49

Onderzoek: geluidsoverlast voor duizenden bewoners rond A10

3 februari, 2:49

Rijnland komt met regels voor klimaatbestendig bouwen

3 februari, 9:26
Joost EctorArchitect
KUBUS | Specialist in BIM-software
SAPA
Reynaers Aluminium Nederland
Jansen
SAB-profiel bv
Aliplast Aluminium Systems
Mosa.
Hagemeister GmbH & Co. KG
ALUCOBOND®
Tarkett BV
Wicona
Kawneer
Grohe Nederland B.V.
Malaysian Timber Council
OCS | Office Cabling Systems
Forster
VELUX Commercial
Sempergreen
EeStairs | Design trappen - Balustrade - Ontwerp en constructie
Aluprof Nederland BV
Intal BV
Cosentino The Netherlands B.V.
QbiQ Wall Systems
Forbo Flooring
Schüco International KG
AGC Nederland Holding B.V.
Cedral
Sto Isoned bv
Triflex bv
Gorter Luiken BV
Foreco Houtproducten
Wienerberger B.V.
Knauf Insulation
Zoontjens
DUCO Ventilation & Sun Control
IsoBouw Systems bv
YVI Application Family
Mview+
Rockfon (ROCKWOOL B.V.)
Gira Nederland B.V.
GEZE Benelux  B.V.
Renson
Metaglas Groep
ABB | Busch-Jaeger
VELUX Nederland B.V.
Jung | Hateha B.V.
Knauf Ceiling Solutions B.V.
Mobilane
Saint-Gobain Building Glass Benelux
objectflor
Boon Edam Nederland B.V.
Forbo Eurocol Nederland B.V.
EQUITONE gevelpanelen
Plastica Groep
Holonite B.V.
ISMT B.V.
FALK® Bouwsystemen
Serge Ferrari
Alsecco
Tata Steel Colorcoat®
Annuleren
OK
Sluiten
Doorgaan
Inloggen
Maak een gratis persoonlijk account aan