Groepsselfie met van links naar rechts: Wiegert Ambagts, Kaj van Boheemen en Joost Ector
Copyright: Namelok
Still video 'Uit de Houdgreep'
Copyright: Namelok
RDNBH, collage exterieur woonhuis
Copyright: Namelok
RDNBH, tekening doorsnede woonhuis
Copyright: Namelok
RDNBH, plattegrond 0 woonhuis
Copyright: Namelok
Op Gespannen Voet, collectie van tenten, nr. 1
Copyright: Namelok
Op Gespannen Voet, collectie van tenten, nr. 1
Copyright: Namelok
Klooster Oude Noorden, visualisatie, nr. 1
Copyright: Namelok
Koekela, Spoon, nr. 1
Copyright: Imke Panhuijzen
Koekela, Spoon, nr. 2
Copyright: Imke Panhuijzen
Koekela, interieur nr. 12
Copyright: Namelok
Koekela, interieur nr. 15
Copyright: Namelok
Eigen Thermen Resort, collage hotel wellness
Copyright: Namelok
Eigen Thermen Resort, collage natuurbistro
Copyright: Namelok
Boomgaardhuis, collage moestuinmuur
Copyright: Namelok en Maartje Lammers
Nieuwe Gezichten: 
Namelok
In de video die ze me laten zien verkondigt de voice-over een glasheldere en vlijmscherpe boodschap: “Architectuur is sinds haar oorsprong belust op het benutten van praktijken van andere disciplines voor eigen doeleinden, en ook nu blijft de praktijk zich ontwikkelen in lijn met deze geschiedenis van strategische toe-eigening. Maar, juist door de patriarchale houding van de architectuur, is bij deze toe-eigening geen sprake van gelijkwaardigheid. Architectuur gebruikt externe methoden, zolang het de mannelijk conventies van de discipline ten goede komt, zelden om zelf te veranderen. Dit is funest voor de praktijk. Als architectuur echt wil veranderen moet de discipline bereid zijn om de eigen beperkingen te overwinnen.” Het is duidelijk dat Wiegert Ambagts en Kaj van Boheemen, de makers van de video, vinden dat het helemaal anders moet.
Op de sociale media presenteren ze zich soms als Wiegert & Kaj en soms als Namelok, want zo heet hun bureau. Ze ontvangen me in hun prettige studio bij het Noordplein in Rotterdam, die ze zelf ‘ontdekten’ en inrichtten, en die ze nu delen met andere creatieven. “Dit is een video-adaptatie”, legt Wiegert uit, “van een essay voor het magazine Mevr. de Architect, dat focust op vrouwen en vrouwelijkheid in de architectuur. Daarom ging het nadrukkelijk over masculiniteit als verstikkende norm in de architectuur. Maar afgezien van deze specifieke gender-lens, gaat de boodschap vooral over taboes en de positie van architectuur ten opzichte v
an andere ontwerpdisciplines. En dus ook over ontwikkelingen in de architectuurgeschiedenis waardoor we nog steeds gevangen zitten in een Westers, patriarchaal waardensysteem.” Kaj vult aan: “Wij zijn ons daarvan heel bewust, en we zijn er zeer kritisch over.”

Namelok is de naam van een klein plattelandsdorpje in Kenia, aan de voet van de Kilimanjaro. Als studenten aan de TU Delft namen ze daar deel aan een project rondom ecolodges. Aanhoudende regen leidde tot lange gesprekken in het golfplaten hutje waarin ze logeerden. Daaruit bleek een gezamenlijke kritische houding ten aanzien van het Delftse architectuuronderwijs. “Vanuit die gemeenschappelijkheid besloten we samen een bureau te beginnen, nu zes jaar geleden,” vertelt Kaj. “Dat ging meteen prima, maar we zochten allebei meer verdieping. Eerst aan de Academie voor Bouwkunst in Rotterdam, maar dat was meer van hetzelfde. Daarom besloten we allebei een theoretische master aan de VU te doen; Wiegert koos ‘Design Cultures’ en ik architectuurgeschiedenis. Toen viel er veel op zijn plek. De manier waarop daar over architectuur en design wordt nagedacht is zoveel breder dan in Delft. Dat voelde heel goed; het liet ons inzien hoe we ons bureau wilden vormgeven.”
“Namelok is een op onderzoek gebaseerde brede ontwerppraktijk, die nadrukkelijk ook reflectief is op de architectuurdiscipline,” verduidelijkt Wiegert, “met speciale aandacht voor hoe die discipline zichzelf profileert en in stand houdt. En daar zijn we dus behoorlijk kritisch over. Terugkijkend was dat waarschijnlijk ook de reden waarom het niet goed voelde om ook nog een master te doen in Delft en daarna
maar gewoon voor een architectenbureau te gaan werken. Wij willen breder ontwerpen dan die analytische benadering die ons daar werd aangeleerd. Daarom hebben we ook van het begin af aan samengewerkt met andere disciplines; textiel, design, videografie. Dat voegt extra lagen laag toe aan ons werk.”

Die gelaagdheid is duidelijk te zien op de website van Namelok, waar niet alleen de diversiteit van de projecten opvalt, maar ook de vaak ongebruikelijke vormen van toelichting of verdieping, variërend van video’s tot prachtige collages en soms zelfs Spotify-afspeellijsten. “Wat overigens niet wegneemt dat je onze gebouwen ook gewoon als op zichzelf staande architectonische uitingen kunt beleven,” legt Kaj uit. “Dat zouden we te elitair vinden, wanneer je iets eerst volledig zou moeten doorgronden voordat je het zou kunnen waarderen. Als we een video maken bij een project, dan werkt die weliswaar verrijkend, maar je hebt hem niet nodig om het gebouw te snappen. Je hoeft voor ons werk geen kenner te zijn om er plezier uit te halen.”
De arrogantie van de architectuur
Voor Wiegert was die master aan de VU een revelatie: “Design Cultures zet verschillende ontwerpdisciplines naast elkaar zoals grafisch ontwerp, mode en interieurontwerp. Het is heel breed, en het gaat niet zozeer over de specifieke kennis bínnen die disciplines, maar meer over hoe ze zich tot elkaar verhouden en hoe mensen de cultuur sturen door te ontwerpen. In mijn onderzoeksthesis heb ik geschreven over de relatie tussen architectuur en mode, vanuit de vraag hoe architectuur zich zou kunnen verrijken door zich actiever open te stellen voor samenwerking. Interessant genoeg wordt in de mode de invloed van architectuur breed erkend. Maar architectuur heeft daarentegen de neiging om op mode neer te kijken: te vluchtig en daardoor minderwaardig. De architectuur zoekt permanentie en denkt daarom in steen.”

Over de vraag of ze de architectuurdiscipline als arrogant beschouwen hoeven ze niet na te denken. “Ja, dat vinden wij zeker,” zegt Kaj. “Architectuur heeft zich altijd, maar met name tijdens het Modernisme, gepositioneerd als de voornaamste van alle ontwerpdisciplines, die alles samenbrengt en de eeuwigheid aanraakt. Ook de impact van architectuur op het leven van mensen wordt van hogere orde gevonden. Architectuur is belangrijk, serieus, rationeel en technisch; de rest is decoratief, vluchtig en onprofessioneel. Daardoor hebben mensen ook nog steeds een bepaald beeld bij architecten. Wij willen onszelf bewust niet in dat kader opsluiten, maar we moeten ons nog regelmatig verdedigen vanwege het feit we er niet aan voldoen. Als je bijvoorbeeld kiest om je intensief bezig te houden met interieurarchitectuur en waarde toekent aan kleur en decoratie, word je zelden als ‘echte’ architect beschouwd.”
Het beeld roept weliswaar gedeeltelijk herkenning op, maar toch vraag ik me hardop af of er echt wezenlijke barrières zijn voor mensen die het helemaal anders willen doen. Wie of wat houdt je tegen? Wiegert lijkt die vraag al te verwachten: “Dat begint eigenlijk al bij de beroepservaringsperiode. Die hebben wij nooit gedaan, mede omdat daarbij ‘ervaring’ wordt gekaderd door onzinnige criteria. Wij vinden ook dat we architectuur bedrijven, maar we worden niet beschermd omdat onze ervaring niet beantwoordt aan de norm.” Kaj vult aan: “En als je die titel niet hebt, dan word je vervolgens ook uitgesloten van deelname aan tenders. Hoezo geen barrières?”

Wiegert, strijdbaar, resoluut en toch kalm: “Wij willen ons verhaal niet baseren op barrières en we willen ons ook absoluut niet profileren alsof we uitgesloten worden. Maar ze zijn er weldegelijk. Wij verzetten ons ertegen dat iemand voor ons bepaalt wat ons beroep zou moeten inhouden. Die kaders verwerpen wij. Wij doen niet aan kaders.” Kaj, iets verzoenender: “We krijgen regelmatig te maken met verwachtingen die we niet ter zake doende vinden, maar we laten ons daardoor niet van ons doel afbrengen. We geven ons werk de betekenis mee waar wij mee willen worden geassocieerd. Vervolgens kan de ontvanger of gebruiker het vanuit haar of zijn persoonlijke associaties op een eigen manier beleven.”

“We doen sowieso ons eigen ding,“ antwoordt Wiegert op mijn vraag waarom ze eigenlijk nog ‘architect’ willen heten als die benaming toch niet de lading dekt van wat ze doen. “Maar we willen juíst niet dat wat wij doen een gescheiden wereld vormt ten opzichte van die architectuurdiscipline waar we zo kritisch over zijn. We willen geen buitenstaanders zijn maar juist deel uitmaken van, zodat we verandering teweeg kunnen brengen in de manier waarop architectuur bedreven wordt. Die interactie tussen traditioneel of conventioneel enerzijds en nieuwe opvattingen anderzijds is wat ons betreft essentieel voor hoognodige verandering.”
Het cancelen van de tent
De inzet is duidelijk, tijd om het over de projecten te hebben. “Heel illustratief is dit onderzoeksproject,” vertelt Kaj, “dat we nu doen met steun van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie. Toen we vorig jaar ineens overal ‘teststraten’ ingericht zagen worden viel het ons op dat daarvoor vaak tenten werden gebruikt. De tent was ook al onderwerp van mijn onderzoeksproject aan de VU en blijft ons fascineren, vooral de vraag: ‘Hoort de tent als transdisciplinair object thuis in de architectuurdiscipline?’ In de praktijk zou je zeggen van wel, maar desondanks is de tent door de architectuurgeschiedenis stelselmatig genegeerd.” Wiegert vervolgt: “We hebb
en drie redenen kunnen destilleren waarom tenten uit het verhaal van de architectuurgeschiedenis zijn verdwenen. De eerste is de tijdelijkheid ervan, die gold als minderwaardig, want permanentie is de norm.”

“Daarnaast werd textiele architectuur geassocieerd met vrouwelijkheid vanwege eigenschappen als beweeglijkheid, de ronde vormen, lichtheid, de doorschijnende kwaliteit,” vervolgt Kaj. “Architecten als Le Corbusier en Loos schrijven daar tamelijk onverbloemd over. Terwijl bijvoorbeeld Ronchamp en het Poème Électronique overduidelijk geïnspireerd zijn door tentachtige constructies, zij het ontdaan van een aantal essentiële kenmerken en totaal anders geprofileerd. Dat zie je trouwens vaker in de architectuurgeschiedenis: wel gretig lenen, maar vervolgens weigeren om de inspiratiebron te erkennen.” De laatste uitsluitingsgrond blijkt met afstand de schokkendste: “En tenslotte werden tenten geassocieerd met nomadische, lees minderwaardige volkeren. Een ronduit racistisch motief.”

Het is inderdaad een fascinerend onderwerp. “Natuurlijk waren er uitzonderingen. Bijvoorbeeld Frei Otto, die in zekere zin alleen maar tenten maakte. Ook hij was heel expliciet in zijn commentaar op Mies van der Rohe en anderen, in hun eenzijdige streven naar tijdloosheid en permanentie. Heel interessant dat West-Duitsland voor de Olympische Spelen van 1972 juist hém koos om het Olympisch Stadion te ontwerpen. Dat was een duidelijk politiek statement, in het bijzonder naar Oost-Duitsland, waarvan men op deze manier nadrukkelijk afstand nam. In zeker zin bevestigt deze beslissing het historische oordeel over tentarchitectuur.”

Wiegert vertelt over de vervolgstappen in het onderzoek: “Behalve theoretisch onderzoek hebben we ook veldonderzoek gedaan bij fabrikanten van tentstructuren en hebben we gesproken met constructeurs gespecialiseerd in lichte constructies. En ook met beeldend kunstenaars die tentsculpturen maken. Nu zijn we bezig met ontwerpend onderzoek. Daarbij vormen die drie uitsluitingsgronden de thema’s in ontwerpen voor nieuwe tent-typologieën, waarbij we kijken naar constructie, textiel en grafisch ontwerp. Daaruit volgt straks een reeks van paviljoenontwerpen en uiteindelijk is het de bedoeling een tentoonstelling te maken waarin we die ontwerpresultaten in een bredere context presenteren.” Kaj rondt af: “Je ziet nauwelijks tentconstructies, en als je ze ziet worden ze meestal niet als architectuur beschouwd. We hopen dat meer architecten de tent als archetype opnieuw zullen omarmen. Ze doen zichzelf tekort door het onderwerp links te laten liggen.”
Van wellness tot gospelmuziek
“Die cultuurhistorische benadering is heel waardevol,” zegt Wiegert. “Ook in dit ontwerp voor een groot wellnesscomplex in een uitgestrekt bos in Brabant. Het is vooralsnog ons grootste project, gemaakt in opdracht van een Nederlands-Belgisch ontwikkelconsortium. Het omvat een spa, hotel, bistro en een kapel voor huwelijken en uitvaarten. Heel bijzonder is dat we de tijd kregen om hiervoor echt van binnenuit – zowel in de betekenis van inhoudelijkheid als van interieur – een visie te ontwikkelen nog voordat het daadwerkelijke ontwerptraject begon.”

“We ontdekten dat er geen Nederlandse vormen van ‘wellness’ bestaan, in tegenstelling tot bijvoorbeeld in Japan of Finland,” legt Kaj uit. “Hier zien we hooguit versimpelde adaptaties van rituelen uit andere culturen. We hebben de oorspronkelijke vormen daarvan bestudeerd en nagedacht wat dat zou moeten betekenen voor ons ontwerp op deze locatie. Dat leidde tot allerlei verschillende sferen, die zich vertalen in bijvoorbeeld de manier waarop je omgaat met licht.” Wiegert vervolgt: “Wat in dit project steeds terugkwam was de verheerlijking van de natuurrijke omgeving. Daarom zochten we inspiratie in de kunst van de Romantiek. We hebben eindeloos schilderijen bekeken en daaruit drie verschillende typen gedestilleerd: verhevigd, verstild en beschouwend. Dat hebben we vertaald naar de thematieken ‘onheilspellend drama’, ‘dromerig escapisme’ en ‘goddelijke natuur’, en die vervolgens gekruist met het programma en de landschapskenmerken van de locatie. Dat levert een mooie reis op langs allerlei sferen, steeds met een soort van transitieruimten ertussen om even te kunnen schakelen.”

“Het is een heel goed voorlopig ontwerp geworden, dat erg in de smaak viel. Helaas kunnen we nog niet meteen fullspeed door, maar intussen zijn we alweer volop bezig met andere zaken – rondom totaal andere onderwerpen,” vertelt Kaj, terwijl hij een enorme maquette van een eigenzinnig gevormd bouwwerk over de tafel dichterbij schuift. “Het laatste nieuws is dat we opnieuw een tentoonstelling gaan ontwerpen voor Museum Catharijneconvent in Utrecht, waarmee we eerder hebben samengewerkt. We wilden graag tentoonstellingen ontwerpen en hebben toen zelf musea benaderd. Museum Catharijneconvent ging op onze avances in en liet ons een kleine tentoonstelling ontwerpen tijdens de coronacrisis. Dat liep heel soepel. Nu zijn we uit indrukwekkende concurrentie geselecteerd voor een grote expositie over gospelmuziek.” Wiegert vervolgt: “Een ongelooflijk interessant onderwerp, want gospel raakt net zo goed aan de burgerrechtenbeweging als aan hedendaagse populaire cultuur. En bij een tentoonstelling over iets onstoffelijks als muziek is het aandeel van het ruimtelijk ontwerp heel bepalend. Daarnaast is Shirma Rouse gastcurator, wat weer een leuke mix aan disciplines oplevert.”
Misschien toch ‘echt’
Maar zover is het nog niet; eerst terug naar de maquette. Kaj: “Vooralsnog werken we heel hard aan dit woonhuis dat we samen met Maartje Lammers ontwerpen voor een groot landgoed in de buurt van Haarlem. Het staat tussen een grote moestuin en een boomgaard op een prachtig groene ple
k, die je aan één kant heel ver weg laat kijken en die aan de andere kant wordt omarmd door een oude bakstenen muur. Die muur had iets magisch, met poortjes, metselwerkdetails en leiperen. Naar aanleiding daarvan heeft ook het huis een muur als leidmotief gekregen.” Wiegert wijst de muur aan in de maquette. “Die muur loopt op een kronkelende manier dwars door het huis heen en eindigt in een grote haard. Onderweg organiseert hij in een keer alle functies van het huis tot een samenhangende plattegrond. We vonden een verweerde steen die sprekend lijkt op die van de tuinmuur. De vorm van het huis transformeert zichzelf in de lengterichting van een kopgevel met een mansardekap aan de entreezijde, refererend aan andere woonhuizen in de directe omgeving, tot een asymmetrisch paviljoen aan de zijde van de tuin.”

Het levert een verrassende vorm op met een intrigerende kapconstructie, die technisch nog behoorlijk uitdagend oogt. “Daarom hebben we ook zo’n grote maquette gemaakt,” legt Kaj uit, “om echt goed te kunnen zien hoe het werkt, zowel qua techniek als qua sfeer binnen. Door al die onregelmatige dakvlakken is het best nog wel een opgave om dat goed te detailleren, want het moet er natuurlijk perfect uitzien. Maar daar komen we wel uit. Het is bovendien leuk werk.” Wiegert glimlacht: “In dat opzicht zijn we misschien toch wel weer ‘echte’ architecten.”
In ‘Nieuwe Gezichten’ onderzoekt architect Joost Ector door middel van een reeks interviews hoe een nieuwe generatie architecten invulling geeft aan hun vak. Wat voor architectuur willen deze architecten realiseren, hoe richten ze hun praktijk in, wat voor wereld hebben zij voor ogen? Ken je een startend architectenbureau dat wat jou betreft in deze serie niet mag ontbreken, stuur jouw tip dan naar redactie@architectenweb.nl.

Andere nieuwsberichten

Helgasnelarchitecten geeft aula kwaliteit terug

Gisteren, 16:37

Een loft met een hangende vloer

Gisteren, 13:53

Cuypershuis in Roermond opgenomen in Iconic Houses Network

4 augustus, 1:47

Uitbreiding voor gemeentehuis Overbetuwe verbindt heden en historie

4 augustus, 11:02

Amsterdam wil helft geplande windturbines in havengebied

Gisteren, 17:20

Sinds 2005 miljoen woningen erbij in Nederland

Gisteren, 10:39

IG&H: hypotheekmarkt gekrompen ten opzichte van eerste kwartaal

Gisteren, 09:42

Aanpak ventilatie te kostbaar voor veel basisscholen

4 augustus, 3:28

Timpaan en Padua onderzoeken mogelijkheid woningbouw in De Zilk

3 augustus, 1:29

Nieuwe editie Folly Art Norg van start

30 juli, 10:31
Joost EctorArchitect
KUBUS BV
Reynaers Aluminium Nederland
Jansen by ODS
Aliplast Aluminium Systems
Mosa.
Hagemeister GmbH & Co. KG
ALUCOBOND®
Tarkett BV
Wicona
Kawneer
Grohe Nederland B.V.
Malaysian Timber Council
OCS | Office Cabling Systems
Forster
Balink Glas & Aluminium BV
VELUX Commercial
Sempergreen
Aluprof Nederland BV
Intal BV
Cosentino The Netherlands B.V.
QbiQ Wall Systems
Forbo Flooring
Schüco International KG
AGC Nederland Holding B.V.
Cedral
Sto Isoned bv
Triflex bv
Gorter Luiken B.V.
Foreco Houtproducten
Wienerberger B.V.
Duco Ventilation & Sun Control
IsoBouw Systems bv
ROCKWOOL B.V.
Master Builders Solutions Nederland B.V.
Van Bruchem Staircases
Rockfon (ROCKWOOL B.V.)
Gira Nederland B.V.
Rockpanel
GEZE Benelux  B.V.
Renson
Metaglas Groep
VELUX Nederland B.V.
Jung | Hateha B.V.
Saint-Gobain Building Glass Benelux
objectflor
Boon Edam Nederland B.V.
Forbo Eurocol Nederland B.V.
EQUITONE gevelpanelen
Plastica Groep
Holonite B.V.
OWA Benelux BV
FALK® Bouwsystemen
Serge Ferrari
Alsecco
Tata Steel Colorcoat®
Annuleren
OK
Sluiten
Doorgaan
Inloggen
Maak een gratis persoonlijk account aan